is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar hij naar verlangt, krijgen kan, behoort hij het voedsel tot zich te nemen, dat hij wel krijgen kan, — zelfs vleeschvoedsel — zonder weerzin, even dankbaar als hij het zuivere voedsel tot zich neemt. Dank zij zijn geesteshouding, zal het hem niet omlaag halen.

VRAAG No. 107.

Als Christus de menigte met visch voedde, waarom is het dan voor ons verkeerd visch, of zelfs vleesch, als voedsel te gebruiken ?

Antwoord : Het is de aard van een roofdier om elk dier, dat op zijn weg komt, op te eten, en zijn organen zijn zoodanig, dat het om te bestaan dat soort dieet hebben moet; maar alles is in een toestand van wording ; alles is eeuwig veranderend in iets hoogers. De mensch was in vroegere stadia van ontwikkeling ook in zeker opzicht aan de roofdieren gelijk; niettemin moet hij aan God gelijk worden en dus moet hij te eeniger tijd ophouden te vernielen, ten einde met scheppen te kunnen beginnen. De Joden stonden nog op een standpunt, dat hun dierlijke geaardheid zoo op den voorgrond trad, dat zij al heel weinig begrip hadden van altruïsme. Zij hingen angstvallig aan de wet: „Oog om oog en tand om tand", en zij waren in geen enkel opzicht ook maar eenigszins barmhartig. Wij zijn een ietsje verder gevorderd op den weg der ontwikkeling, zoodat altruïsme meer en meer op den voorgrond treedt.

Er is gezegd, dat er geen ander leven in het heelal is, behalve het leven van God: „In Hem leven, bewegen en bestaan wij". Verder hebben wij geleerd, dat Zijn leven al wat is, bezielt, en daaruit kan men licht begrijpen, dat zoodra wi) het leven benemen, wij den vorm vernietigen, dien God voor Zijn openbaring opgebouwd heeft. De lagere dieren zijn evolueerende geesten, vatbaar voor indrukken. Hun verlangen naar ervaring maakt, dat zij hun verschillende vormen opbouwen, en door hun den vorm te ontnemen, berooven wij hen van de