is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegenheid tot het opdoen van ervaring. Wij belemmeren hun evolutie, in plaats van hen te helpen. Dit is te vergeven in den kannibaal, die niet beter weet, wanneer hij zijn medemenschen opeet. Wij beschouwen nu de gewoonten der kannibalen met afgrijzen, maar de tijd zal eveneens komen, dat wij een dergelijke walging zullen voelen bij de gedachte, van onze magen een kerkhof te maken voor de lijken van vermoorde dieren.

Het spreekt van zelf, dat wij het allerbeste voedsel zullen verlangen, maar elk dierlijk lichaam heeft de vergiften van het bederf in zich. Het aderlijk bloed is vol stikstof en andere schadelijke producten op weg naar de nieren of de huidporiën, om daar in den vorm van urine of zweet uitgedreven te worden. Die walgelijke bestanddeelen bevinden zich in elk deeltje van het vleesch, en door zulk voedsel te eten, vullen wij onze eigen lichamen met vergiftige stoffen. Vele ziekten zijn aan ons gebruik van vleeschvoedsel te wijten.

Wanneer men zich op den Bijbel beroept als een autoriteit voor het eten van vleesch, dan moesten wij ook geneigd zijn zijn bevelen op te volgen en ophouden met het eten van varkensvleesch, het afschuwelijkste voedsel dat bestaat. Het is een bekend feit, dat de orthodoxe Joden, die zich onthouden van voedsel, dat in den Bijbel verboden is, onvatbaar zijn voor tering en kanker.

Op verscheidene plaatsen, waar de Bijbel over „vleesch" spreekt, is het heel duidelijk, dat geen vleesch-voedsel bedoeld wordt. Het hoofdstuk van Genesis, waarin voedsel voor het eerst aan den mensch wordt toegewezen, zegt, dat hij „van alle geboomte en zaadzaaiend kruid" moest eten : „en het zij u tot vleesch" 1). De meest ontwikkelde volken uit alle tijden hebben zich van vleesch-voedsel onthouden. Wij lezen b.v. hoe Daniël, die een wijs en een heilig man was, verzocht niet gedwongen te worden om vleesch te eten, maar dat men hem en zijn metgezellen van het „gezaaide" zou geven. Van de kinderen Is-

l) Statenvertaling, Gen. 1:29: „Het zij u tot spijze". (Noot v. d. Vert.).