is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk IX GEMENGDE VRAGEN VRAAG No. 171.

Wat is de oorsprong van het leven ?

Antwoord : Stelt men die vraag aan een wetenschapsman, dan zal hij beginnen met ons te vertellen van protoplasma, protyle of iets dergelijks, maar dat is de vormzijde. Het doet er niet toe, hoe nietig, onbeteekenend en eenvoudig die vorm ook zij, toch is het een vorm, en van het standpunt van den occultist uit is de vraag stumperig gesteld; immers de geest IS, WAS en ZAL ALTIJD ZIJN. Zooals het in „Des Heeren Lied" zoo wondermooi gezegd wordt:

„De Geest wordt niet geboren, noch sterft Hij ooit; Hij is niet geworden, noch zal hij later worden ; ongeboren, altijddurend, eeuwig, van ouds bestaand, wordt hij niet gedood als het lichaam gedood wordt."

„Evenals een mensch, na zijn versleten kleederen afgeworpen te hebben, andere nieuwe neemt, zoo gaat de belichaamde, na zijn versleten kleederen afgeworpen te hebben, in andere nieuwe over." x)

Het is het leven, dat de vormen opbouwt en ze een tijd lang gebruikt om daardoor te groeien. Zoodra zij onbruikbaar geworden zijn, gaat het leven verder, de vormen achter zich latend, die dan dood zijn. De vraag zou dus eerder moeten luiden :

*) Bhagawad. Gita, 2e Gesprek, vers 20 en 22. Vert. v. Dr. J. W. Boissevain.