is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe zullen wij Christus kennen bij zijn komst ?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloed opgeheven was, verspreidden zich de atomen eenvoudig naar de vier windstreken, en toen het graf geopend werd, werd alleen het gewaad teruggevonden.

Om voor de Wederkomst een nieuw stoffelijk voertuig te verkrijgen, op dezelfde wijze als in het eerste voorzien was, zou moeilijk zijn, maar kon natuurlijk bewerkstelligd worden. Volgens de Wet echter, dat een geest uit moet gaan, waar hij binnengetreden is, zou slechts dat ééne lichaam van JezUs kunnen dienen, en daar dit vernietigd is, is het onmogelijk dat Christus in een stoffelijk voertuig zou kunnen verschijnen. Daarom kenmerkt, zooals wij reeds zeiden, het bezit van een dergelijk lichaam den huichelaar en den bedrieger.

Maar gesteld, dat die „wet" louter een verzinsel uit 's schrijvers verbeelding is en dat de wet der analogie, aangehaald om het bewijs te steunen, een puur toeval is, dan wordt onze bewering toch nog — afgescheiden van elk ander bewijsmateriaal — door den Bijbel gesteund. Christus heeft gezegd: „Zoo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet! Hij is in de woestijn; gaat niet uit. Ziet! Hij is in de binnenkameren gelooft het niet." Christus kan dus niet op eenige stoffelijke plaats gevonden worden. Ook Paulus verzekert met nadruk, dat „vleesch en bloed" het Koninkrijk niet kunnen beërven. Als wij „bekleed" moeten worden met een „huis in de hemelen", waarom zou de Verlosser dan een stoffelijk voertuig hebben?

Maar de Bijbel gaat dieper op het onderwerp in, dan door ons te vertellen, waar wij Christus niet moeten zoeken. Hij zegt nadrukkelijk: „De Zoon des Menschen zal komen op de wolken." En toen Hij voor goed Zijn leerlingen verliet: „werd Hij opgenomen. ... en eene wolk nam Hem weg van hunne oogen. En alzoo zij hunne oogen naar den Hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleeding; welke ook zeiden: .... „Hij zal alzoo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren." [Hand. I, 10-11). Paulus heeft gezegd: „Want de Heere zelf zal. . . . nederdalen van den Hemel; .... daarna zullen wij.... opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht." (I Thes. IV, 16-17).