is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het oor van den ander drong, en tegen iets sloeg dat het trommelvel wordt genoemd, maar langs een zekeren weg binnen in den mond, en wel daar door iets heen, dat heden ten dage de Eustachiaansche buis wordt genoemd. En het werd mij aangetoond, dat zij door deze wijze van spreken de gevoelens van hun gemoed en de voorstellingen van hun denken veel vollediger konden uitdrukken, dan ooit geschieden kan door gearticuleerde klanken of luide woorden, welke eveneens door de ademhaling, maar dan door een uiterlijke, worden geregeld; want er is niets in eenig woord, dat niet geregeld wordt door de toepassingen van de ademhaling; maar bij de Oudsten geschiedde dit veel volmaakter, want door innerlijke ademhaling, welke, daar zij innerlijk is, ook veel volmaakter is, en zich meer aan de denkvoorstellingen zelf aanpast en er meer mede overeenkomt. Bovendien drukten zij zich uit door uiterst lichte bewegingen der lippen en overeenstemmende veranderingen van het gelaat, want, daar zij hemelsche menschen waren, straalde alles wat zij dachten uit hun gelaat en uit hun oogen, welke op overeenkomstige wijze veranderden. Nooit konden zij een andere gelaatsuitdrukking toonen dan die, welke met hun gedachte overeenkwam; veinzen, en arglist nog meer, gold bij hen voor een ontzaggelijke misdaad.

1119. Op aanschouwelijke wijze werd mij getoond, hoe de innerlijke ademhaling der Oudsten stil in eenzekere uiterlijke ademhaling invloeide, en aldus in een stille spraak, welke door den ander in zijn innerlijken mensch iverd waargenomen. Zij zeiden, dat deze ademhaling bij hen verschilde naar gelang van den staat van hun liefde tot en geloof in den Heer; de reden daarvan werd ook gezegd, namelijk dat het, omdat zij gemeenschap met den Hemel hadden, niet anders kon zijn, tvant SV ademden met de Engelen, in wier gezelschap zij waren. De Engelen hebben een ademhaling, waarmede de innerHjke ademhaling overeenstemt, en die bij hen evenzeer verandert; want wanneer hun iets wedervaart, dat indruischt tegen de liefde tot en tegen het geloof in den Heer, hebben zij een bezwaarde ademhaling, maar wanneer zij in de gelukzaligheid der liefde en des geloofs zijn, hebben zij een vrije en ruime ademhaling. Ieder mensch heeft iets dergelijks, maar overeenkomstig zijn lichame-