is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin beteekenen deze natiën de erkentenissen zelf. Door de zonen van Raamah worden desgelijks zij aangeduid die geen innerlijken godsdienst hadden, maar erkentemssen des geloofs, in het ,bezit waarvan zij de religie stelden; Scheba en Dedan zijn de natiën, die'deze erkentenissen hadden. In den innerlijken zin worden door hen de erkentenissen zelf aangeduid, maar met dit verschil, dat de zonen van Kusch de erkentenissen der geestelijke dingen beteekenen, de zonen van Raamah de erkentenissen der hemelsche dingen.

1169. Dat de zonen van Kusch hen aanduiden, die rnjfne;^enfdtsdienst hadden, maar erkentenissen

fc A+ °+ tb- m i waarvan zij de religie stelden,

blijkt uit Kusch wiens zonen zij zijn, en door wien de innerlijke^ erkentenissen der hemelsche dingen worden aangeduid, zooals hierboven is aangetoond, en gelijk ook

Sn«mdPw.rfen^ ^ Uiik'' Mti™

Sabthel!»0' Dat Se?a' i9havillah' Sabtha, Raamah,

Sabtheka even zoovele natiën zijn, die deze erkentenissen hadden, en dat in den innerlijken zin deze natiën de erkentenissen zelf beteekenen, kan blijken uit die plaatsen gehaald. Eronder zullen worden aan-

1171. Dat door de zonen van Raamah desgelijks zij worden aangeduid, die geen innerlijken godsdienst hadden, maar erkentenissen des geloofs, in het bezit waarvan zij de religie stelden, en dat Scheba en Dedan de natiën zijn, die deze erkentenissen hadden, en dat in den innerlijken zin door hen de erkentenissen zelf worden

WofW ~~ J -It l"tl de ^volgende plaatsen bij de Profeten; aangaande Seba, Scheba en Raamah dit bij

zullen fl T" Van Tharschis(:h en der eilanden „zullen gaven aanbrengen, en de koningen van Scheba

„en beba zullen vereeringen toevoeren, en alle koningen

„zullen zich voor Hem nederbuigen" (Psalm 72 : 10 11)

alwaar sprake is van den Heer, van Zijn Rijk en van de

di<Wp I I d.°°r gaven en vereeringen gods¬

diensten worden aangeduid, kan een ieder zien, maar

Tiet If f t8n Z1Jn 6n Van W6lken aard' kan men

niet weten wanneer men niet weet, wat onder Tharschisch en de eilanden, en onder Scheba en Seba wordt

3