is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„van het huis Gods, en hij bracht hen in het land „Schinear, in het huis zijns Gods, en de vaten stelde hij in „het schathuis zijns Gods" (1 : 2), waarmede wordt aangeduid dat de heilige dingen ontwijd waren; de vaten van het huis Gods zijn de heilige dingen; het huis Gods van den koning van Babel in het land Schinear, zijn de profane dingen, waarin de heilige dingen gebracht zijn. Hoewel dit een historische vermelding is, bevat het nochtans deze verborgenheden, zooals alle historische gedeelten des Woords. En verder blijkt het uit de ontwijding van dezelfde vaten bij Daniël, hfdst. 5 : 3, 4, 5; wanneer door deze vaten geen heilige dingen waren uitgebeeld, zouden dergelijke gebeurtenissen, zooals daar beschreven worden, nooit plaats gevonden hebben.

1184. Yers 11, 12. Uit dit zelve land is Aschur uitgegaan, en heeft gebouwd Ninive, en de stad Rechoboth, en Kalach. En Resen, tusschen Ninive en tusschen Kalach; deze is die groote stad. Uit ditzelve land is Aschur uitgegaan, beteekent, dat zij, die in zulk een uiterlijken godsdienst waren, begonnen te redeneeren over de innerlijke dingen van den godsdienst; Aschur is de redeneering; en heeft gebouwd Ninive, en de stad Rechoboth, en Kalach, beteekent, dat zij zich op deze wijze leeringen des geloofs hebben gevormd; door Ninive worden de valschheden der leeringen aangeduid; door Rechoboth en Kalach eveneens dergelijke valschheden uit anderen oorsprong; Resen tusschen Ninive en Kalach, beteekent, dat zij zichzelven ook leerstellingen over het leven vormden; door Resen worden de daaruit voortvloeiende valschheden der leerstellingen aangeduid; Ninive is het valsche uit redeneeringen; Kalach is het valsche uit begeerten; tusschen Ninive en Kalach is het valsche uit beide; deze is die groote stad, beteekent, dat deze leeringen grootelijks toenamen.

1185. Dat de woorden: „Uit ditzelve land is Aschur uitgegaan", beteekenen, dat zij, die in zulk een uiterlijken godsdienst waren, begonnen te redeneeren over de innerlijke dingen van den godsdienst, kan blijken uit de beteekenis van Aschur in het Woord, welke de rede en de redeneering is, waarover gehandeld wordt in hetgeen vlak hierop volgt. Hier doet zich een tweeledige zin voor, namelijk dat Aschur uit ditzelve land is uit-