is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenliefde wordt aangeduid, en wel de naastenliefde, die van den Heer uitgaat, blijkt uit de beteekenis van den berg in het Woord, namelijk dat hij de liefde tot den Heer en de liefde jegens den naaste is, hetgeen eerder in nr. 795 werd aangetoond; en dat het oosten den Heer beteekent, en vandaar de hemelsche dingen, welke der liefde en der naastenliefde zijn, zie men eveneens eerder in nr. 101; voorts uit de navolgende plaatsen, bij Ezechiël: „De Cherubim verhieven hunne vleugelen; de „heerlijkheid van Jehovah rees op van boven het midden Uer stad, en stond op den berg, die tegen het oosten der „stad is" (11 : 22, 23), alwaar door den berg, die tegen het oosten is, niets anders wordt aangeduid dan het hemelsche, dat tot de liefde en tot de naastenliefde behoort, welke des Heeren is, want er wordt gezegd, dat de heerlijkheid van Jehovah aldaar stond. Bij denzelfde. „Hij leidde mij tot de poort, de poort, die den weg van „het oosten ziet, en ziet, de heerlijkheid des Gods van „Israël kwam van den weg van het oosten (43 : 1, 2), alwaar door het oosten hetzelfde wordt aangeduid. Bij denzelfde: „En Hij deed mij wederkeeren, den weg van „de poort van het buitenste heiligdom, die naar het „oosten ziet, en die was toegesloten; en Jehovah zeide „tot mij: deze poort zal toegesloten zijn, zij zal niet geopend worden, en een man zal door deizelve niet ingaan, „maar Jehovah, de God Israëls, zal door dezelve in„gaan" (44 : 1, 2); hier staat het oosten desgelijks voor het hemelsche, dat tot de liefde behoort, welke alleen des Heeren is. Bij denzelfde: „Als de vorst een vrijwillig „offer zal doen, een brandoffer, en vredeofferen, tot een „vrijwillig offer Jehovah, en hij zal Hem de poort ope„nen, die naar het oosten ziet, en hij zal zijn brandoffer , en zijne vredeofferen doen, gelijk als hij zal doen op den „sabbatdag" (46 : 12), desgelijks voor het hemelsche, dat tot de liefde tot den Heer behoort. Bij denzelfde: „Hij bracht mij weder tot de deur van het huis, en ziet, „er vloten wateren uit, van onder den dorpel des huizes „naar het oosten, daar het aangezicht des huizes het ,,oosten is" (47 :1, 8), alwaar sprake is van het nieuwe Jeruzalem; het oosten staat voor den Heer, aldus voor het hemelsche, dat der liefde is; de wateren zijn de geestelijke dingen. Hier heeft de berg van het oosten dezelfde