is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bijzonder beteekenen, blijkt uit de beteekenis van de familie en van de familie der zonen, namelijk dat het godsdiensten zijn, en wel soorten van godsdiensten; in het voorafgaande van dit hoofdstuk hebben de genoemde natiën niets anders beteekend dan de verschillende godsdiensten der Oude Kerk; vandaar dat de familiën, waaruit de natiën bestonden, ook niets anders beteekenen kunnen; in den innerlijken zin kunnen nooit andere familiën worden bedoeld dan familiën van geestelijke en hemelsche dingen.

1255. Dat „naar hunne geboorten" beteekent: naar gelang zij hervormd konden worden, blijkt uit de beteekenis van de geboorte, zijnde de hervorming. Wanneer de mensch opnieuw geboren of door den Heer wedergeboren wordt, zijn alle dingen, in het algemeen en in het bijzonder, welke hij ontvangt, geboorten. Aldus beteekenen hier, daar over de Oude Kerk gehandeld wordt, de geboorten: naar gelang zij wedergeboren kunnen worden. Wat de hervormingen van de natiën betreft: zij heibben niet alle een soortgelijken godsdienst gehad, noch een soortgelijke leer, omdat zij niet alle een soortgelijken genius hadden, en omdat zij niet alle op soortgelijke wijze waren opgevoed en van kindsbeen af op soortgelijke wijze onderwezen. De beginselen, welke de mensch van kindsbeen af opneemt, verbreekt de Heer nooit, maar Hij buigt ze om; wanneer er zich beginselen onder bevinden, waarin de mensch heiligheid heeft gesteld, en zij van dien aard zijn, dat zij niet tegen de Goddelijke en de natuurlijke orde indruischen, maar op zichzelf van geen belang zijn, laat de Heer die beginselen aan den mensch, en gedoogt, dat hij daarin blijft; aldus geschiedde met vele beginselen in de tweede Oude Kerk, waarover, door des Heeren Goddelijke Barmhartigheid, in hetgeen volgt.

1256. Dat „in hunne natiën" den godsdienst der Kerk in het algemeen beteekent, blijkt uit hetgeen eerder over de natiën is gezegd, en uit hetgeen volgt.

1257. En van hen zijn de natiën op de aarde verspreid na den vloed. Van hen zijn de natiën op de aarde verspreid, beteekent, dat uit hen alle godsdiensten der Kerk, wat de goedheden en de boosheden betreft, zijn voortgekomen, welke zijn aangeduid door de natiën; de