is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde is de Kerk; na den vloed, beteekent, van het begin der Oude Kerk af.

1258. Dat de woorden: „van ben zijn de natiën op de aarde verspreid" beteekenen, dat uit hen alle godsdiensten der Kerk, wat de goedheden of de boosheden betreft, zijn voortgekomen, — dat zulks door de natiën wordt aangeduid, blijkt uit de beteekenis van de natiën. Onder een natie werden, zooals eerder gezegd is, verschillende familiën te zamen verstaan; verschillende familiën, welke een enkelen vader erkenden, maakten in de Oudste en in de Oude Kerk een natie uit; dat de natiën echter in den innerlijken zin de godsdiensten der Kerk beteekenen, en wel wat de goedheden of de boosheden in den godsdienst betreft, daarmede is het aldus gesteld: wanneer de Engelen familiën en natiën beschouwen, hebben zij nooit een voorstelling van een natie, maar alleen een voorstelling van dten godsdienst bij haar, want zij beschouwen alle menschen naar de hoedanigheid zelf, of naar hun eigenschap. De hoedanigheid of de eigenschap van den mensch, waarnaar hij in den Hemel beschouwd wordt, is de naastenliefde en het geloof. Dit kan door een ieder duidelijk begrepen worden, wanneer hij er op let, dat hij, een mensch, een familie of een natie beschouwend, er meestal aan denkt, van welken aard zij zijn, elk naar datgene, wat bij hem juist heerscht; de voorstelling van hun hoedanigheid treedt terstond voor den dag, en daarnaar beschouwt men hen bij zichzelf; hoeveel te meer nog de Heer en uit Hem de Engelen; zij kunnen een mensch, een familie en een natie alleen beschouwen naar hun hoedanigheid wat betreft de naastenliefde en het geloof; vandaar wordt in den innerlijken zin onder natiën niets anders aangeduid dan de godsdienst der Kerk, en wel ten aanzien van zijn hoedanigheid, welke het goede der naastenliefde is, en het ware des geloofs daaruit. Wanneer in het Woord de uitdrukking „natiën" voorkomt, blijven de Engelen nooit bij de voorstelling van een natie staan, overeenkomstig den historischen zin van de letter, maar zij zijn in de voorstelling van het goede en het ware bij de natie, welke genoemd wordt.

1259. Voorts is het hiermede, namelijk dat de natiën de goedheden en boosheden in den godsdienst be-