is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken kan uit de beteekenis van het dal in het Woord, alwaar dit woord in de oorspronkelijke taal met eenige woorden wordt uitgedrukt, welke, in dezen zin genomen, min of meer onheilige dingen in den godsdienst aanduiden. Dat dalen dergelijke dingen beteekenen, blijkt bij Jesaja: „De last van het dal des gezichts; want het „is een dag van tumult, en van vertreding en van verwarring den Heer Jehovih Zebaoth, m het dal des "gezichts" (22 : 1, 5); dal des gezichts staat voor de fantasieën en redeneeringen, waardoor de godsdienst vervalscht en ten slotte ontwijd wordt. Bij Jeremia: „Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de „Baals niet nagewandeld? Zie uwen weg in het dal (2 : 23); dal voor den onremen godsdienst, bij denzelf de: „Zij hebben gebouwd de hoogten van Pofeth, die in het dal des zoons Hinnom zijn; daarom ziet, de "dagen komen, dat het niet meer zal geheeten worden Tofeth, of dal des zoons Hinnom, maar moordaal (7 : 31, 32; hfdst. 19 : 6); het dal Hinnom staat voor de hel, verder'voor de ontwijding van het ware en goede. Bij Ezechiël: „Zoo zeide de Heer Jehovih tot de bergen en tot de heuvelen, tot de kuilen en tot de dalen: Ziet "Mii Ik breng over u het zwaard, en Ik zal uwe hoogten "verderven" (4 : 3). Bij denzelfde: „Ik zal aan Gog „aldaar eene grafstede in Israël geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee, en zij zullen het noe:;„°m Het dal von Gogs meaigte" (39 : 11, 15), alwaar sprake is van den godsdienst in uiterlijke dingen; het dal staat voor zulk een godsdienst. Maar wanneer de godsdienst nog niet zoo profaan is geworden, wordt hij uitgedrukt door het woord voor het dal, welke m dit vers wordt gebezigd, zooals bij Jesaja: „Ik zal rivieren op de „hooge plaatsen openen, en in het midden der dalen „fonteinen stellen, de woestijn tot eenen poel der wateren, en het dorre land' tot watertochten (41 . ), alwaar sprake is van diegenen, die in onwetendheid oi buiten de erkentenissen des geloofs en der naastenliefde verkeeren, maar nochtans in de naastenliefde zijn, e dal staat hier voor dezulken. Desgelijks het dal bij

Ezech. 37 : 1. „ , , ... , , , _

1293. „En zij woonden aldaar ; dat dit het leven

beteekent, hetwelk daaruit voortvloeit, kan uit de be-