is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele dingen bevestigt, en, door de eene of ^re eeerte gedreven, zich aldus heeft overreed, dat men die valschheden in bescherming neemt, want op deze wijz verdicht men de wolk der onwetendheid, en verandert haar dermate in duisternissen, dat men het ware n e" zien kan. Daarentegen is het het valsche der eg ten wanneer de begeerte de oorsprong van bet valsche is of de eigen- en de wereldliefde, bijvoorbeeld wanneer men de een of andere leer opneemt, open¬

lijk verkondigt om daarmede de gemoederen te wmnen en te leiden, en de leer ten eigen voordeele uitlegt oi verdraait, en haar zoowel op wetenschappelijke gunden door redeneeringen, als door den letterlijken zin des Woords bevestigt; de godsdienst, die hiermt voorikomt, is profaan, hoe heilig hij ook van buiten schijnen moge, want van binnen is daar niet de eercdienstdesHeere maar de zelfvereering, en men erkent ook nie^

waars dan voor zoover men het m eigen voordeel uit kan leggen. Zulk een godsdienst nu is het, die met Babel is aangeduid; maar nochtans is het anders gesteld met hen, die in een dergelijken godsdienst geboren en opgevoed zijn, en niet weten, dat het iets valsch is, en m de naastenliefde leven; in hun onwetendheid is onschuld en m hun godsdienst is het goede ™t ^ naastenliefde, profane van een godsdienst slaat met fezeer op den godsdienst zelf, als wel op den aard van hem, die in den

k 1296 Dat de woorden: „Kom aan, laat ons tichelen strijken" de valschheden beteekenen die zij verzonnen blfkt uit de beteekenis van den tichel; de s een beteekent in het Woord het ware, vandaar Rekent de tichel omdat hij door den mensch gemaakt is het valsche; want de tichel is een kunstmatig vervaardigde «teen Dat de tichel dit beteekent, kan ook uit de navol gende plaatsen blijken; bij Jesaja: „Ik heb Mijne handen uitgebreid den ganschen dag tot een wederstrevig volk "die wandelen op eenen weg, die niet goed is, naa "hunne gedachten, in hoven offerende en rookende op "tichelen" (65 : 2, 3); rooken op tichelen s^at_ vereeren uit verzinsels en valschheden, vandaar dat e

gezegd wordt dat „zij wandelen naar hunne Etrnotsch' Bij denzelfde: „Van wege den hoogmoed en de grootsch-