is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilige waarheden, weshalve er gezegd wordt, dat al uwe zonen van Jehovah geleerd zullen zijn. Daarom wordt er ook bij Johannes gezegd: „dat de fondamenten „van den muur der heilige stad Jeruzalem met allerlei „kostelijk gesteente, (dat opgenoemd1 wordt), versierd waren" (Openb. 21 : 19, 20); het heilige Jeruzalem staat voor het Rijk des Heeren in de Hemelen en op aarde, welks fondamenten de heilige waarheden zijn. Desgelijks zijn door de steenen Tafelen, waarop de geboden der Wet of de Tien Woorden waren geschreven, de heilige waarheden aangeduid, waarom zij van steen waren, of haar grond van steen was; hierover Exod. 24 : 12; hfdst. 31 : 18; hfdst. 34 : 1; Deut. 5 : 22; hfdst. 10 : 1, want de geboden zelf zijn niets anders dan waarheden des geloofs. Daar nu door steenen oudtijds waarheden werden aangeduid, en daarna, toen men begon den eeredienst op opgerichte teekens, op altaren en in den tempel te verrichten, door opgerichte teekens, altaren en den tempel de heilige waarheden werden aangeduid, werd ook de Heer een Steen genoemd; bij Mozes: „De Sterke „Jakobs, daarvan is Hij de Herder, de Steen Israëls" (Gen. 49 : 24). Bij Jesaja: „De Heer Jehovih zeide: Ik „grond in Zion eenen steen, eenen steen der beproeving, „eenen hoeksteen, van waarde, die wel vast gegrondvest „is (28 : 16). Bij David: „De steen, dien de bouwlieden „verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden" (Psalm 118 : 22). Desgelijks bij Daniël, „de uit een rots gehouwen steen, die het beeld van Nebuchadnezar vermaalde" (2 : 34, 35, 45). Dat dte steenen de waarheden beteekenen, blijkt ook bij Jesaja: „Daardoor zal de ongerechtigheid van Jakob verzoend „worden, en dit zal de gansche vrucht zijn, weg te doen „zijne zonde, wanneer hij al de steenen des altaars zal „gesteld hebben als verstrooide kalksteenen" (27 : 9); steenen des altaars staan voor de waarheden in den godsdienst, die verstrooid zijn. Bij denzelfde: „Effent den „weg des volks, baant, baant het pad, ruimt de steenen „weg" (62 : 10), weg en steen voor waarheden. Bij Jeremia: „Ik wil aan u, gij verdervende berg, Ik zal „u van de steenrotsen afwentelen, en Ik zal u stellen „tot eenen berg des brands, en zij zullen uit u geenen „steen nemen tot eenen hoek, of eenen steen tot fonda-