is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lagere hemelsche en geestelijke dingen. En, als gezegd, niet alleen de bezielde dingen beeldden uit, maar ook de onbezielde, zooals het altaar, ja zelfs de steenen van het altaar, voorts de ark en de tent met alles wat zij bevatten, alsmede de tempel met alles wat deze bevatte, hetgeen een ieder bekend kan zijn, aldus de lampen, de brooden, de kleederen van Aharon. En niet alleen deze dingen waren uitbeeldingen, maar ook alle riten, die in de Joodsche Kerk waren. In de Oude Kerken strekten zich de uitbeeldingen uit tot alle voorwerpen der zintuigen, zooals bergen en heuvelen, dalen, vlakten, rivieren, beken, bronnen, regenputten, wouden, boomen in het algemeen, en elke boom in het bijzonder, zoodat zelfs elke boom een bepaalde beteekenis had, welke dingen dan later, toen de aanduidende Kerk ophield te bestaan, uitbeeldingen werden. Hieruit kan blijken, wat onder uitbeeldende dingen wordt verstaan. En daar niet alleen door de menschen, wie en wat ze ook mochten zijn, maar ook door dieren, alsmede door onbezielde dingen, hemelsche en geestelijke dingen konden worden uitgebeeld, die dingen namelijk, welke tot het Rijk des Heeren in de Hemelen en welke tot het Rijk des Heeren op aarde behooren, blijkt nu hieruit, wat de uitbeeldende Kerk is. Met de uitbeeldende dingen was het zoo gesteld, dat alles, wat volgens de bevolen riten geschiedde, voor de geesten en Engelen heilig verscheen, zoo bijvoorbeeld wanneer de Hoogepriester zich met water wiesch, wanneer hij met het hoogepriesterlijk gewaad bekleed, het ambt bediende, voor de aangestoken kaarsen stond, en zulks onverschillig wie hij was, zelfs al was hij de alleronreinste mensch en in zijn hart een afgodendienaar geweest; aldus was het ook met de overige priesters het geval; want, als gezegd, sloeg in de uitbeeldende dingen niets terug op den persoon, maar alles was gericht op die dingen zelf, welke werden uitgebeeld, geheel los van den persoon, alsmede los van de ossen, varren en lammeren die geofferd werden, of van het bloed, dat rondom het altaar gesprengd werd, en evenzeer los van het altaar zelf, en zoo voort. Deze uitbeeldende Kerk werd ingesteld, nadat alle innerlijke godsdienst te gronde was gegaan, en nadat hij niet alleen louter uiterlijk was geworden, maar ook afgodisch; dit geschiedde opdat er eenige verbinding van den Hemel