is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw Milkah, eene dochter van Haran, vader van Milkah en vader van Jiskah, beteekent de huwelijken van het valsche met het booze in den afgodendienst, welke zich aldus gedragen; door de echtgenooten worden de boosheden aangeduid, door de vrouwen de valschheden.

1370. Het zou te ver voeren om uiteen te zetten, dat dit de beteekenis is, want dan moesten de soorten en de afstammingen der afgoderijen worden uiteengezet; deze dingen kunnen uit niets anders dan uit hun tegenovergestelde onderkend worden, namelijk uit de ontwijdingen, zooals van de hemelsche dingen der liefde, van de geestelijke dingen daarvan, voorts van de redelijke dingen, die er uit voortkomen, en tenslotte van dte wetenschappelijke dingen. De ontwijdingen zelf dezer dingen vormen de klassen en de soorten der afgoderijen, echter niet de afgodendiensten, welke uiterlijke afgoderijen zijn; deze afgodendiensten kunnen verbonden zijn met neigingen tot het goede en het ware, en aldus met naastenliefde, zooals bij de heidenen, die in wederkeerige naastenliefde leven. Het zijn de innerlijke afgodendiensten, die in het Woord door de uiterlijke afgodendiensten worden aangeduid; hun geboorten, hun geslachten en voorts hun huwelijken, welke die van het booze en het valsche zijn, verhouden zich geheel als deze verwantschappen en als deze huwelijken, welke in vers 27 en in dit vers beschreven zijn.

1371. Vers 30. En Sarai was onvruchtbaar, zij had geen kinderen. Dat Sarai onvruchtbaar was en geen kinderen had, beteekent, dat het booze en het valsche zich niet verder voortplantte.

1372. Dit kan blijken uit de beteekenis van onvruchtbaar, waarover elders; want zoon en dochter beteekenen, als eerder aangetoond, het ware en het goede, en in den tegenovergestelden zin het booze en het valsche; vandaar beteekent „onvruchtbaar" dat het booze en het valsche van den afgodendienst zich niet verder voortplantte.

1373. Vers 31. En Therach nam, Abram, zijnen zoon; en Loth, Harans zoon, zijns zoons zoon; en Sarai, zijne schoondochter, de vrouw van zijnen zoon Abram; en zij togen met hen uit Ur der Chaldeën, om te gaan in het land Kanaan; en zij kwamen tot Charan, en vertoef-