is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wording met diegenen in het andere leven, die, toen zij in de wereld leefden, meenden, dat zij alles konden doorzien en verstaan. Ik zeide hun, dat de Engelen innerlijk gewaarworden, dat zij denken en spreken, willen en handelen uit den Heer, maar nochtans konden zij niet beseffen, wat innerlijke gewaarwording is; zij meenden, dat wanneer alles op deze wijze invloeide, zij aldus van alle leven zouden beroofd worden, daar zij aldus niets uit zichzelf of uit het eigen ik zouden denken, waarin zij juist het leven stelden, en dat het op die manier een 'ander zou zijn, die dacht, en niet zij, zoodat zij derhalve organen zonder leven zouden zijn. Maar er werd hun gezegd, dat er zulk een verschil van leven is tusschen innerlijke gewaarwording hebben en niet hebben, als tusschen duisternis en licht, en dat zij eerst dan in zichzelf leven, wanneer zij een dergelijke innerlijke gewaarwording ontvangen, want dan leven zij uit den Heer, en hebben ook een eigen ik, dat hun gegeven wordt met alle gelukzaligheid en vreugde. Eveneens werd hun door vele ondervindingen aangetoond, hoe het met de innerlijke gewaarwording is gesteld, en toen erkenden zij dat deze bestaat, maar na eenigen tijd vergaten, betwijfelden en loochenden zij het wederom; hieruit kan blijken, hoe bezwaarlijk de mensch het vatten kan, wat de innerlijke gewaarwording is.

1388. De andere soort van innerlijke gewaarwording, die allen met elkander gemeen hebben, en welke de Engelen in de hoogste volmaaktheid bezitten en de geesten overeenkomstig hun hoedanigheid, bestaat, als gezegd, hierin, dat zij bij de eerste nadering van een ander weten, van welken aard hij is, ook al zegt hij niets; het openbaart zich terstond door een zekeren wonderbaarlijken invloed; men weet bij een goeden geest niet alleen, van welken aard zijn goedheid is, maar ook welk geloof hij heeft, en dit, wanneer hij spreekt, uit elk zijner woorden; bij een boozen geest weet men, van welken aard zijn boosheid en zijn ongeloof is, en dit, wanneer hij spreekt, uit elk zijner woorden; en dit wel zoo duidelijk, dat er geen vergissing mogelijk is. Iets dergelijks komt bij menschen voor, die ook soms aan het gebaar, de gelaatsuitdrukking en de woorden van een ander kunnen onderkennen, wat hij denkt, hoewel zijn