is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt het verworvene genoemd; zonder verworven wetenschappelijkheden kan de mensch, voor zoover hij mensch is, niet eenige denkvoorstelling hebben; de denkvoorstellingen berusten op datgene, wat uit de zinnelijke dingen in het geheugen geprent is; vandaar zijn de wetenschappelijke dingen de vaten van de geestelijke dingen, en de neigingen uit de goede verlustigingen van het lichaam de vaten van de hemelsche dingen. Dit alles wordt verworven dingen genoemd, en wel in Charan verworven, waardoor de duistere staat wordt aangeduid, zooals die is van de kindsheid tot de knapen jaren.

1436. Dat de woorden: ,,en de ziel, die zij gemaakt hadden in Charan" al het wezenlijk levende beteekenen, dat in dezen duisteren staat mogelijk is, blijkt uit de beteekenis van de ziel, zijnde het wezenlijk levende, en uit de beteekenis van Charan, zijnde een duistere staat, waarover in het vorige vers gehandeld is. In den eigenlijken zin beteekent de ziel datgene, wat bij den mensch leeft, derhalve zijn leven zelf. Wat bij den mensch leeft, is niet het lichaam, maar de ziel, en door de ziel leeft het lichaam. Het eigenlijke leven van den mensch, of het eigenlijke levende van hem, is uit de hemelsche liefde; er kan nooit iets levends bestaan, wanneer het niet daaraan zijn oorsprong ontleent. Daarom wordt hier door de ziel het goede aangeduid, dat uit de hemelsche liefde leeft, en dat het levend wezenlijke zelf is. In den letterlijken zin wordt hier onder de ziel alle levende mensch, voorts alle levende beest verstaan, waarvan zij bezit hadden genomen; maar, in den innerlijken zin, wordt hier niet anders dan het levend wezenlijke aangeduid.

1437. Dat de woorden: „zij togen uit om te gaan in het land Kanaan" beteekenen, dat Hij aldus voortschreed naar de hemelsche dingen der liefde, blijkt uit de beteekenis van het land Kanaan. Dat het land Kanaan het Rijk des Heeren in de Hemelen en op aarde uitbeeldt, kan uit vele plaatsen in het Woord blijken; dit komt, omdat aldaar de uitbeeldende Kerk werd gesticht, waarin alle dingen tot in bijzonderheden den Heer uitbeeldden, en de hemelsche en geestelijke dingen van Zijn Rijk; en niet alleen de riten, maar ook alles, wat met de riten samenhing, zoowel de personen, die de riten verrichtten