is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de dingen, waardoor zij verricht werden, en ook de plaatsen, waar de dienst verricht werd. Aangezien de uitbeeldende Kerk zich daar bevond, werd het land het heilige land genoemd, ofschoon het allerminst heilig was, omdat het bewoond was door afgodendienaren en profane menschen. Dit nu is de reden, waarom hier en in hetgeen volgt door het land Kanaan de hemelsche dingen der liefde worden aangeduid; want de hemelsche dingen der liefde zijn eenig en alleen de dingen, welke in het Rijk des Heeren zijn en het Rijk des Heeren uitmaken.

1438. Dat de woorden: „en zij kwamen in het land Kanaan" beteekenen, dat Hij tot de hemelsche dingen der liefde geraakte, blijkt uit hetgeen nu gezegd is over het land Kanaan; hier wordt het eerste van het leven des Heeren beschreven, te weten, van de geboorte tot de knapenjaren, namelijk dat Hij geraakte tot de hemelsche dingen der liefde; de hemelsche dingen zijn de wezenlijke dingen zelf, alle andere dingen komen daaruit voort. Met deze hemelsche dingen werd Hij voor alles vervuld, want van deze dingen uit werd later, als door zijn zaad, alles bevrucht. Het zaad zelf was bij Hem hemel sch, daar Hij uit Jehovah geboren was; vandaar was Hij de Eenige, die dit zaad in zich had. Alle menschen, zonder uitzondering, hebben geen ander zaad dan iets vuils en helsch, waarin hun eigen ik bestaat en waaruit het voortkomt; en dit komt, zooals een ieder weet, van den vader uit overerving voort. Wanneer daarom de menschen niet van den Heer een nieuw zaad en een nieuw eigene ontvangen, dat wil zeggen, een nieuwen wil en een nieuw verstand, kunnen zij niet anders dan voor de hel bestemd zijn, waaraan zoowel de menschen als de geesten en de Engelen onttrokken worden door den Heer, en voortdurend daarvan afgehouden.

1439. Vers 6. En Abram toog door het land, tot aan de plaats Schechem. tot aan het eikenbosch Moreh; en de Kanaaniet was toen in het land. Abram toog door het land tot aan de plaats Schechem, beteekent den tweeden staat van den Heer, toen de hemelsche dingen der liefde Hem verschenen, welke worden aangeduid door Schechem; tot aan het eikenbosch Moreh, beteekent den derden staat, namelijk de eerste innerlijke gewaarwording, welke het eikenbosch Moreh is; en de Kanaaniet