is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Rijk en- van de Kerk des Heeren zouden uitbeelden, en opdat bij hen de uitbeeldende Kerk zou worden gesticht, en omdat de Heer aldaar geboren zou worden. Maar in den innerlijken zin wordt door het zaad niets anders aangeduid dan het geloof in den Heer, en door het land niets anders dan de hemelsche dingen; en hier wordt aangeduid, dat de hemelsche dingen aan diegenen gegeven zouden worden, die geloof in Hem hebben; wat onder „geloof in den Heer hebben" verstaan wordt, is eerder herhaaldelijk gezegd.

1448. Dat de woorden: „en hij bouwde aldaar Jehovah, die hem verschenen was, een altaar", de eerste vereering van Zijn Vader uit het hemelsche der liefde beteekenen, blijkt uit de beteekenis van het altaar, namelijk dat het de voornaamste uitbeelding van den eeredienst is, nr. 921.

1449. Vers 8. En hij brak op van daar naar den berg tegen het oosten van Bethel, en hij sloeg zijne tent op, zijnde Bethel aan de zijde van de zee, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde aldaar Jehovah een altaar, en riep den naam van Jehovah aan. Hij brak op van daar naar den berg tegen het oosten van Bethel, beteekent den vierden staat van den Heer als knaap, namelijk het voortschrijden der hemelsche dingen der liefde, die zijn aangeduid door het opbreken naar den berg tegen het oosten van Bethel; en hij sloeg zijne tent op, beteekent de heilige dingen des geloofs; en Bethel aan de zijde van de zee en Ai tegen het oosten, beteekent dat Zijn staat nog duister was; en hij bouwde Jehovah een altaar, beteekent de uiterlijke vereering van Zijn Vader, van dien staat uit; en hij riep den naam van Jehovah aan, beteekent de innerlijke vereering van Zijn Vader, van dien staat uit.

1450. Dat de woorden: „Hij brak op van daar naar den berg tegen het oosten van Bethel" den vierden staat van den Heer als knaap beteekenen, kan blijken uit hetgeen voorafgaat, voorts uit hetgeen volgt, dus ook uit de orde zelf. Het lag in de orde, dat de Heer in de eerste plaats van Zijn kindsheid af vervuld zou worden van de hemelsche dingen der liefde; de hemelsche dingen der liefde zijn de liefde jegens Jehovah en de liefde jegens den naaste, en daarin de onschuld zelf; hieruit vloeien alle dingen tot in elke bijzonderheid voort als uit de