is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouwen van een altaar voor Jehovah de uiterlijke godsdienst is, en het aanroepen van den naam van Jehovah de innerlijke godsdienst, kan een ieder duidelijk zijn.

1456. Vers 9. En Abram vertrok, gaande en trekkende naar het zuiden. Abram vertrok, gaande en trekkende, beteekent het verdere voortschrijden; naar het zuiden, beteekent in de goedheden en waarheden, aldus in een verlichten staat, wat de innerlijke dingen betreft.

1457. Dat de woorden: „En Abram vertrok, gaande en trekkende", het verdere voortschrijden beteekenen, kan blijken uit de beteekenis van gaan en trekken. Bij de Ouden beteekenden reizen, tochten en de vreemdelingschappen niets anders, en vandaar ook in den innerlijken zin in het Wóórd niets anders. Hier 'beginnen de vorderingen des Heeren in de erkentenissen. Dat de Heer evenals een ander mensch ook onderwezen is, kan bij Lukas blijken: „Het knaapje wies op en werd gesterkt „in den geest; het was in de woestijnen tot den dag Zijner „verschijning voor Israël" (1:80); bij denzelfde: „De „knaap mies op, en werd gesterkt in den geest, en verduld met wijsheid, en de genade was over Hem" (2 : 40). Bij denzelfde: „Jozef en de moeder van Jezus vonden „Hem na drie dagen in den tempel, zittende in het mid„den der leeraren, en hen hoorende, en hen ondervragende; allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn „verstand en antwoorden; en zij, Hem ziende, verwonderden zich, maar Hij zeide tot hen: Wat is het, dat „gij Mij gezocht hebt? wist gij niet, dat Ik moet zijn in „de dingen Mijns Vaders?" (2 : 46, 47, 48, 49); dat Hij toen twaalf jaren oud was, aldaar hfdst. 2 : 42; bij denzelfde: „En Jezus nam toe in wijsheid en in leeftijd, en „in genade bij God en de menschen" (2 : 52).

1458. Dat „naar het zuiden" beteekent in goedheden en waarheden, aldus in een verlichten staat wat de innerlijke dingen betreft, blijkt uit de beteekenis van het zuiden; dat het zuiden een verlichten staat beteekent, komt, omdat er in het andere leven geen hemelstreken noch tijden bestaan, maar staten, die door hemelstreken en tijden worden aangeduid. Met de staten van de dingen van het verstand is het gesteld als met de staten der tijden van dag en jaar, en voorts ook als met de staten der hemelstreken. De staten van den dag zijn die van den