is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook niets anders dan wat hier door Abram wordt aangeduid, en tevens geschiedde het, opdat Hij alles vervullen zou wat met betrekking tot Hem was uitgebeeld. De tocht van Jakob en zijn zonen naar Egypte beeldde in den binnensten zin ook niets anders uit dan het eerste onderricht van den Heer in de erkentenissen uit het Woord, zooals in de navolgende plaatsen duidelijk uitkomt; aangaande den Heer aldus bij Mattheus: „De „Engel des Heeren verscheen Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem den Knaap, en Zijne moeder, en „vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen „zal; hij dan opgestaan zijnde, nam den Knaap en Zijne „moeder in den nacht, en vertrok naar Egypte, en was „aldaar tot den dood van Herodes, opdat vervuld zou „worden hetgeen door den profeet gezegd is, zeggende: „Uit Egypte heb Ik Mijnen Zoon geroepen" (2 : 13, 14, 15,19, 20, 21), waarover bij Hoseaaldus: „Als Israël een „Knaap was, en Ik heb Hem liefgehad, en Ik heb Mijnen „Zoon uit Egypte geroepen" (9 : 1). Hieruit blijkt, dat met den Knaap Israël de Heer bedoeld wordt, en met de woorden „uit Egypte heb Ik Mijnen Zoon geroepen Zijn onderricht als knaap. Bij denzelfde: „Jehovah voerde „Israël op uit Egypte door eenen profeet, en door eenen „profeet werd Hij gehoed" (12 : 13, 14), alwaar desgelijks onder Israël de Heer wordt verstaan; door den profeet wordt iemand aangeduid die onderwijst, aldus de leer der erkentenissen. Bij David: „O God Zebaoth, breng „ons weder, en laat Uwe aangezichten lichten, en wij „zullen verlost worden; Gij hebt eenen wijnstok uit „Egypte doen voortkomen, hebt de natiën verdreven, en „hebt denzelven geplant" (Psalm 80 : 8, 9), alwaar eveneens van den Heer sprake is, die een wijnstok uit Egypte genoemd wordt naar de erkentenissen, waarin Hij onderwezen werd.

1463. Dat „als vreemdeling verkeeren" beteekent onderwezen worden, kan blijken uit de beteekenis van het als vreemdeling verkeeren in het Woord, namelijk dat het beduidt onderwezen worden, en dit om deze reden, dat het reizen en uittrekken of het voortgaan van de eene plaats naar de andere in den Hemel niets anders is dan een verandering van staat, zooals eerder in de nrs. 1376, 1379 is aangetoond; zoo vaak daarom in het Woord