is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen-m zijn, tegemoet kwamen, invloeiden en al deze dingen voortbrachten.

1496. Dat de woorden: „ik zoude haar mij tot eene vrouw genomen hebben" beteekenen, dat aldus'het ware geschonden had kunnen worden, dat met het hemelsche verbonden moest worden, kan nu uit hetgeen gezegd is blijken, voorts uit hetgeen boven bij vers 13 is gezegd. Daarmede, dat het ware met het hemelsche verbonden moet worden, is het aldus gesteld: het ware, dat van de knapenjaren af geleerd wordt, is, op zichzelf beschouwd, slechts een vat besterad om het hemelsche te ontvangen dat daarin gelegd kan worden. Het ware heeft uit zichzelf niet eenig leven, maar alleen door het hemelsche dat invloeit; het hemelsche is liefde en naastenliefde; al het ware komt van daar; en omdat al het ware van daar komt, is het niet anders dan een zeker vat; de waarheden zelf komen ook in het andere leven duidelijk op deze wijze uit; daar beschouwt men de waarheden niet als waarheden, maar naar het leven, dat in haar is, dat wil zeggen, naar de hemelsche dingen, die in de waarheden tot de liefde en tot de naastenliefde behooren. Door de liefde en de naastenliefde worden de waarheden hemelsch, en worden zij hemelsche waarheden genoemd. Hieruit kan thans blijken, wat het verstandelijk ware is, voorts dat het verstandelijk ware bij den Heer den weg geopend heeft naar de hemelsche dingen. Iets anders is het wetenschappelijk ware, iets anders het redelijk ware, en iets anders het verstandelijk ware; zij volgen op elkander. Het wetenschappelijk ware behoort tot de wetenschap; het redelijk ware is het door de rede bevestigde wetenschappelijk ware; het verstandelijk ware is met de innerlijke gewaarwording verbonden, dat iets zoo is; dit ware was bij den Heer in de knapenjaren, en opende bij Hem den weg tot de hemelsche dingen.

1497. Dat de woorden: „nu, zie, daar is uwe vrouw, neem haar en ga henen" beteekenen, dat het ware met het hemelsche verbonden moest worden, blijkt uit de beteekenis van de vrouw, zijnde het ware. hetwelk met het hemelsche verbonden moest worden, zooals boven bij vers 11 en 12 is aangetoond, en uit hetgeen nu gezegd rs.

1498. Vers 20. En Farao gebood mannen van wege