is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze organische vaten, welke de ontvangers moeten zijn, worden alleen door middel van de zinnen geopend, welke voornamelijk de zinnen van het gehoor en van het gezicht zijn, en naar mate deze geopend worden, kan de innerlijke mensch invloeien met zijn bijzondere en afzonderlijke dingen; deze vaten worden door middel van de zinnen geopend door de wetenschappelijke dingen en de erkentenissen, voorts door de lusten en bekoringen; door de eerstgenoemde de vaten die tot het verstand behooren, door de laatstgenoemde de vaten die tot den wil behooren. Hieruit kan blijken, dat het wel niet anders kan, of er sluipen dan bij den uiterlijken mensch wetenschappelijke dingen en erkentenissen binnen, die niet met de geestelijke waarheden kunnen samenstemmen, en dat lusten en bekoringen binnensluipen, die niet met de hemelsche goedheden kunnen samenstemmen, zooals alles, wat lichamelijke, wereldsche en aardsche dingen als doeleinden beschouwt; en wanneer deze als doeleinden beschouwd worden, trekken zij den uiterlijken mensch naar buiten en naar beneden, en verwijderen hem aldus van den innerlijken mensch. Wanneer daarom dergelijke dingen niet eerst verstrooid worden, kan de innerlijke mensch geenszins met den uiterlijken overeenstemmen; derhalve moeten dergelijke dingen eerst verwijderd worden, voordat de innerlijke mensch met den uiterlijken kan overeenstemmen. Dat deze dingen bij den Heer zijn verwijderd of afgescheiden, wordt uitgebeeld en aangeduid door de afscheiding Loths van Abram.

1564. Dat de woorden: „hij had een kudde van klein vee en een kudde van groot vee, en tenten" de dingen beteekenen, welke de uiterlijke mensch in overvloed heeft, kan blijken uit de beteekenis van de kudde van klein vee, van de kudde van groot vee en van tenten, waarover straks meer. Hier beteekenen zij de bezittingen van den uiterlijken mensch; want door Loth wordt, als gezegd, de uiterlijke mensch des Heeren uitgebeeld. Er zijn bij den uiterlijken mensch twee soorten van dingen: die welke met den innerlijken mensch kunnen samenstemmen en die welke daarmede niet kunnen samenstemmen; door de kudde van klein vee, de kudde van groot vee en de tenten worden hier die dingen aangeduid, welke niet kunnen samenstemmen, zooals blijkt