is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met den innerlijken mensch kunnen samenwonen of samen stemmen. Maar er zijn ook vele dingen, die niet samenstemmen, of waarmede de innerlijke mensch niet kan samenwonen, zooals alle dingen die aan de eigenliefde en aan de liefde tot de wereld ontspringen, want alle dingen, die daaruit voortkomen, hebben het eigen ik ten doel en hebben de wereld ten doel. Met deze dingen kunnen de hemelsche dingen, welke tot de liefde tot den Heer en tot de liefde jegens den naaste behooren, niet samenstemmen, want de hemelsche dingen beschouwen den Heer als doeleinde, en beschouwen Zijn Rijk en alles wat tot Hem en tot Zijn Rijk behoort, als doeleinden. De einddoelen der eigenliefde en der liefde tot de wereld zien naar buiten of naar beneden, maar de einddoelen der liefde tot den Heer, en der liefde jegens den naaste, zien naar binnen of naar boven; hieruit kan blijken, dat zij dermate uiteenloopen, dat zij nooit te zamen kunnen zijn. Om te weten, wat de overeenstemming en de samenstemming van den innerlijken mensch met den uiterlijken mensch bewerkstelligt, en wat de verdeeldheid, geve men slechts acht op de einddoelen die heerschen, of, wat hetzelfde is, op de liefden die heerschen, want de liefden zijn einddoelen, daar men alles, wat men liefheeft, als doeleinde aanziet. Men zal dan zien, van welken aard het leven is, en van welken aard het zijn zal na den dood, want naar de einddoelen, of, wat het zelfde is, naar de liefden die heerschen, wordt het leven gevormd; het leven van elk mensch is nooit iets anders. Wanneer de dingen, die niet samenstemmen met het eeuwige leven, dat wil zeggen, met het geestelijke en het hemelsche leven, dat het eeuwige leven is, niet verwijderd worden in het leven van het lichaam, moeten zij in het andere leven verwijderd worden, en wanneer zij niet verwijderd kunnen worden, kan de mensch nooit anders dan rampzalig zijn tot in eeuwigheid. Dit nu is gezegd, opdat men wete, dat er in den uiterlijken mensch dingen zijn, welke met den innerlijken mensch samenstemmen, en dingen die niet samenstemmen, en dat de dingen die samenstemmen nooit te zamen kunnen zijn met de dingen die niet samenstemmen; voorts dat die dingen, welke in den uiterlijken mensch samenstemmen, van den innerlijken mensch, dat wil zeggen, door den