is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

innerlijken mensch van den Heer komen, zooals, gelijk gezegd, het gelaat dat van naastenliefde straalt, of het gelaat der naastenliefde, of de onschuld in de gelaatstrekken en de gebaren van kinderen; daarentegen zijn de dingen die niet samenstemmen, van den mensch zelf en behaoren tot zijn eigen ik. Hieruit kan men weten, wat het beteekent dat „het land hen niet droeg, om samen te wonen". Hier wordt in den innerlijken zin over den Heer gehandeld, en daar er van den Heer sprake is, wordt er ook gehandeld over alles wat naar Zijne gelijkenis en naar Zijn beeld is, namelijk over Zijn Rijk, over de Kerk, over elk mensch van Zijn Rijk of van de Kerk; daarom worden hier de dingen naar voren gebracht, welke bij de menschen zijn; de dingen welke bij den Heer waren, vooraleer Hij uit eigen macht het booze, dat wil zeggen, den duivel en de hel overwonnen had, en Hij aldus hemelsch, Goddelijk en Jehovah ook naar het Menschelijk Wezen geworden was, gedragen zich overeenkomstig den staat, waarin Hij zich bevond.

1569. Dat de woorden: „want hunne have was groot, en zij konden niet samen wonen" beteekenen, dat de dingen, die door den innerlijken mensch waren verworven, niet konden samenstemmen met de dingen, die door den uiterlijken mensch verworven waren, kan blijken uit hetgeen nu gezegd is.

1570. Vers 7. En er was twist tusschen de herders van Abrams vee, en tusschen de herders van Loths vee; en de Kanadniet en de Perisiet woonden toen in het land. Er was twist tusschen de herders van Abrams vee, en tusschen de herders van Loths vee, beteekent dat de innerlijke mensch en de uiterlijke mensch niet samenstemden; de herders van Abrams vee zijn de hemelsche dingen; de herders van Loths vee zijn de zinnelijke dingen; en de Kanaaniet en de Perisiet woonden toen in het land, beteekent de boosheden en de valschheden in den uiterlijken mensch.

1571. Dat de woorden: „Er was twist tusschen de herders van Abrams vee, en tusschen de herders van Loths vee" beteekenen, dat de innerlijke mensch en de uiterlijke mensch niet samenstemden, blijkt uit de beteekenis van de herders van het vee, namelijk dat het diegenen zijn die onderwijzen, aldus de dingen die tot den