is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienst behooren, zooals een ieder bekend kan zijn, waarom er bij de bevestiging daarvan uit het Woord niet zij stilgestaan. Dit houdt verband met de dingen, welke in het voorafgaande vijfde vers tenten genoemd werden, en dat deze den godsdienst beteekenen, is daar aangetoond. Wat in het vlak voorafgaande zesde vers werd genoemd, heeft betrekking op de dingen, die in het vijfde vers kudde van klein vee en kudde van groot vee werden geheeten, en dat deze kudden bezittingen of verwervingen beteekenen, is aldaar eveneens aangetoond. Daar hier gehandeld wordt over den godsdienst, namelijk over dien van den innerlijken mensch en over dien van den uiterlijken mensch, wordt hier, aangezien deze nog niet samenstemden, gezegd dat er twist was tusschen de herders; want Abram beteekent den innerlijken mensch en Loth den uiterlijken. Of er tweespalt is tusschen den innerlijken en den uiterlijken mensch, en van welken aard die tweespalt is, wordt voornamelijk aan den godsdienst onderkend, ja zelfs in de bijzonderheden van den godsdienst; wanneer de innerlijke mensch daarin de einddoelen van het Rijk Gods wil beschouwen, en de uiterlijke mensch daarin de einddoelen der wereld wil beoogen, volgt er tweespalt uit, die zich in den godsdienst openbaart, en zelfs in die mate, dat ook de kleinste bijzonderheid van de tweespalt in den Hemel wordt waargenomen. Dit is het, wat wordt aangeduid door den twist tusschen de herders van Abrams vee en tusschen de herders van Loths vee; er wordt ook de oorzaak aan toegevoegd, namelijk dat de Kanaaniet en de Perisiet in het land waren.

1572. Dat de herders van Abrams vee de hemelsche dingen zijn, welke tot den innerlijken mensch behooren, en dat de herders van Loths vee de zinnelijke dingen zijn, welke tot den uiterlijken mensch behooren, blijkt uit hetgeen eerder gezegd is; onder de hemelsche dingen, welke de herders van Abrams vee zijn, worden de hemelsche dingen in den godsdienst verstaan, die tot den innerlijken mensch behooren; onder de herders van Loths vee worden de zinnelijke dingen verstaan, die in den godsdienst zijn, welke tot den uiterlijken mensch behooren, en die niet samenstemmen met de hemelsche dingen van den godsdienst van den innerlijken mensch; hoe het daar-