is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1576. Dat „Abram zeide tot Loth" beteekent, dat aldus de innerlijke mensch tot den uiterlijken heeft gesproken, blijkt uit de uitbeelding van Abram hier, namelijk dat hij de innerlijke mensch is, en uit de uitbeelding van Loth, namelijk dat hij de uiterlijke mensch is, die afgescheiden moest worden. Dat Abram den innerlijken mensch uitbeeldt, komt omdat hij tegenover Loth wordt gesteld, die datgene in den uiterlijken mensch is, wat afgescheiden moest worden. In den uiterlijken mensch zijn, als gezegd, dingen die samenstemmen, en dingen die niet samenstemmen; deze la,atste dingen zijn hier Loth, bijgevolg zijn de dingen die samenstemmen Abram, ook die welke in den uiterlijken mensch zijn, want zij maken één uit met den innerlijken mensch, en behooren tot den innerlijken mensch.

1577. Dat de woorden: „laat, ik bid u, geene twisting zijn tusschen mij en tusschen u" beteekenen, dat er geen tweedracht tusschen beiden moest zijn, blijkt uit hetgeen eerder gezegd is. Wat de samenstemming of de vereeniging van den innerlijken mensch met den uiterlijken betreft, daarin bevinden zich meer verborgenheden dan ooit kunnen worden opgesomd. De innerlijke en de uiterlijke mensch zijn nooit bij welk mensch dan ook vereenigd, en konden niet vereenigd worden en kunnen niet vereenigd worden, dan bij den Heer alleen, waarom Hij ook in de wereld kwam. Bij de menschen, die wedergeboren zijn, schijnt het alsof zij vereenigd waren, maar zij behooren den Heer toe, want de dingen die samenstemmen, behooren den Heer toe, terwijl de dingen die niet samenstemmen, den mensch toebehooren. Er zijn bij den innerlijken mensch twee dingen, namelijk het hemelsche en het geestelijke, en deze twee maken één uit, wanneer het geestelijke uit het hemelsche voortkomt, of, wat hetzelfde is, er zijn twee dingen bij den innerlijken mensch, het goede en het ware, en deze twee maken één uit, wanneer het ware uit het goede voortkomt; of, wat ook hetzelfde is, er zijn twee dingen bij den innerlijken mensch, de liefde en het geloof, en deze twee maken één uit, wanneer het geloof uit de liefde voortkomt; of, wat eveneens hetzelfde is, er zijn twee dingen bij den innerlijken mensch,