is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want al het land, dat gij ziet, aan u zal Ik het geven, beteekent het hemelsche Rijk, namelijk dat het den Heer toebehoort; en aan uw zaad tot in eeuwigheid, beteekent hen. die geloof in Hem zouden hebben.

1607 Dat de woorden: „want al het land, dat gij ziet, aan u zal Ik het geven", het hemelsche Rijk beteekenen, namelijk dat het den Heer toebehoort, blijkt uit de beteekenis van het land, en hier van het land Kanaan, omdat er gezegd wordt: „het land, dat gij ziet , zijnde het hemelsche Rijk. Want door het land Kanaan werd het Rijk des Heeren in de Hemelen, of de Hemel uitgebeeld, en het Rijk des Heeren op aarde, of de Kerk, over welke beteekenis van de aarde eerder meer dan eens is gehandeld. Dat den Heer het Rijk in de Hemelen en op aarde gegeven is, blijkt herhaaldelijk in het Woord, zooals bij Jesaja: „Een Knaap is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij zal op Zijnen schouder 'zijn, en Zijn Naam zal genoemd worden Wonderlijk, ' Raa'd, God, Held, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (9 : 5)! Bij Daniël: „Ik zag in de nachtgezichten, en „ziet, er kwam een met de wolken der hemelen, als eens „menschen Zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, "en zij deden Hem voor Denzelven naderen; en Hem „werd gegeven heerschappij, en heerlijkheid, en liet koninkrijk, en alle volken, natiën en tongen zullen Hem ",dienen; Zijne heerschappij is eene eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk, dat niet ten „onder zal gaan" (7 : 13, 14). De Heer Zelf zegt dit ook bij Mattheus: „Alle dingen zijn Mij overgegeven van „Mijnen Vader" (11 : 27) en bij Lukas hfdst. 10> : 22. En elders bij Mattheus: „Mij is gegeven de macht in „hemel en op aarde" (28 : 18). Bij Johannes: „Gij hebt "den Zoon macht gegeven over alle vleesch, opdat al wat „Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve (17 : 2, 3), hetgeen ook wordt aangeduid door het zitten ter rechterhand, zooals bij Lukas: „Van nu aan zal de Zoon des menschen gezeten zijn aan de rechterhand der kracht Gods" (22 : 69). Dat den Zoon des menschen alle 'macht in de hemelen en op aarde gegeven is, dienaangaande moet men weten, dat de Heer macht had over alles in de hemelen en op aarde, eer Hij in de wereld kwam, want Hij was God van eeuwigheid aan en Jeho-