is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dat daarentegen de dingen die in de wereld zijn, in vergelijking daarmede, niet werkelijk zijn.

1621. Wat de atmosferen betreft, die lichtatmosferen zijn, omdat zij uit dat licht voortkomen, en waarin de gelukzaligen leven, zij zijn ontelbaar en van zulk een schoonheid en bekoring, dat zij niet kunnen worden beschreven. Er zijn diamanten atmosferen, die tot in de kleinste deeltjes schitteren, als van diamanten kogeltjes; er zijn atmosferen die het geflonker hebben van alle soorten edelgesteente; er zijn atmosferen als van paarlen, waarvan de middelpunten doorschijnend zijn en in de zuiverste kleuren stralen; er zijn atmosferen vlammend als van goud, andere als van zilver, ook van diamantachtig goud en zilver; er zijn atmosferen van veelkleurige bloemen, die in de kleinste en onmerkbare vormen zijn; deze vervullen den Hemel der kinderen met ontelbare verscheidenheid; ja zelfs doen zich atmosferen . voor als van spelende kinderen, waarvan de uiterst kleine vormen onmerkbaar zijn, maar alleen waarneembaar voor de binnenste voorstelling; door deze vormen ontvangen de kinderen de voorstelling, dat alles om hen heen leeft, en dat zij in het leven des Heer en zijn, welk leven hun binnenste met gelukzaligheid aandoet; behalve nog tal van dingen meer, want de verscheidenheden zijn ontelbaar en ook onuitsprekelijk.

1622. Wat de paradijzen betreft, deze zijn verbazingwekkend. Er doen zich aan den blik paradijssche tuinen voor van onmetelijke uitgestrektheid, met boomen van allerlei soort, van zulk een schoonheid en bekoring, dat zij ieder denkbeeld te boven gaan; en wel zoo levend voor hun uiterlijk gezicht, dat zij de bijzonderheden niet alleen veel levender zien maar ook gewaarworden, dan het gezicht van het oog dergelijke dingen op aarde waarneemt. Opdat ik dienaangaande geen twijfel zou koesteren, werd ik ook daarheen geleid; het is vooraan, een weinig naar boven tegen den hoek van het rechter oog, alwaar diegenen zijn, die een paradijsch leven leiden, en ik zag het; alles verschijnt daar tot in bijzonderheden als in zijn allerschoonste lente en in zijn allerschoonsten bloei, met verbazingwekkende pracht en menigvuldigheid; alles leeft tot in bijzonderheden door uitbeeldingen, want er is niets, dat niet iets hemelsch en geeste-