is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en opdat men zal zien, uit hoeveel ontelbare stralen een enkele zichtbare straal is samengesteld, mag ik er slechts een of twee beschrijven.

1624. Mij werd een grootere vorm van een regenboog getoond, opdat ik daaruit zou kunnen opmaken, van welken aard zij in hun allerkleinsten vorm zijn. Het was een buitengewoon wit licht, omgeven door een zekeren omtrek, en in het middelpunt daarvan was iets donkers, als het ware van aarde, omgeven door den grootsten lichtglans, welke sterke lichtglans werd afgewisseld en onderbroken door een anderen lichtglans met goudgele puntjes als kleine sterretjes; daarbij kleurspelingen, te voorschijn gebracht door veelkleurige bloemen die in den feilen lichtglans kwamen, en waarvan de kleuren niet voortvloeiden uit den witten lichtglans maar uit een vlammig licht; en al deze dingen waren uitbeeldingen van hemelsche en geestelijke dingen. In het andere leven beelden alle zichtbare kleuren het hemelsche en het geestelijke uit; de kleuren uit een vlammig licht beelden de dingen uit, welke tot de liefde en tot de neiging tot het goede behooren; de kleuren uit een witten lichtglans de dingen welke tot het geloof en tot de neiging tot het ware behooren; uit deze oorsprongen komen alle kleuren in het andere leven voort; daarom fonkelen zij zoo sterk, dat de kleuren van de wereld daarmede niet vergeleken kunnen worden; er bestaan ook kleuren, die in de wereld nooit gezien zijn.

1625. Er verscheen mij ook de vorm van een regenboog, in het midden waarvan iets grasachtig groens was, en men had het gevoel als van een zon, die onzichtbaar van terzijde scheen en zulk een schitterwit licht uitgoot, dat het niet beschreven kan worden; aan den omtrek vertoonden zich de allerschoonste kleurspelingen tegen een achtergrond van parelachtig licht. Hieruit en uit nog andere dingen kon blijken, van welken aard de vormen der regenbogen in hun allerkleinste deelen zijn, en dat er ontelbaar vele verscheidenheden bestaan, en wel overeenkomstig de naastenliefde en het daaruit voortkomende geloof van hem, aan wien zij worden uitgebeeld, en die als een regenboog is voor hen, aan wier blik hij zich in zijn schoonheid en heerlijkheid vertoont.

1626. Behalve deze paradijssche dingen, vertoonen