is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. En de koning van Sodom toog uit, en de koning van Amora, en de koning van Adma, en de koning van Zeboïm, en de koning van Bela, dat is Zoar, en zij stelden tegen hen slagorden in het dal Siddim.

9. Tegen Kedorlaomer, den koning van Elam, en Thideal, den koning der Gojim, en Amrafel, den koning van Schinear, en Arjoch, den koning van Ellasar; vier koningen tegen vijf.

10. En het dal Siddim had putten, putten van pek, en de koning van Sodom en die van Amora vluchtten, en vielen aldaar, en de overigen vluchtten naar den berg.

11. En zij namen alle have van Sodom en van Amora, en al hunne spijze, en trokken weg.

12. En zij namen Loth, en zijne have, den zoon van Abrams broeder, en trokken weg; en deze woonde in Sodom.

13. En er kwam een ontkomene, en boodschapte het aan Abram den Hebreër, en deze woonde in de eikenbosschen van Mamre, den Emoriet, broeder van Eschkol, en broeder van Aner; en dezen waren Abrams bondgenooten.

14. En Abram hoorde, dat zijn broeder gevangen was, en hij wapende zijne onderwezenen, de ingeborenen van zijn huis, achttien en drie honderd, en jaagde na tot Dan.

15. En hij verdeelde zich tegen hen des nachts, hij en zijne knechten, en sloeg ze, en hij jaagde hen na tot Choba, hetwelk is ter linkerhand van Damaskus.

16. En hij bracht alle have weder, en ook Loth, zijnen broeder, en deszelfs have bracht hij weder, en ook de vrouwen en het volk.

17. En de koning van Sodom toog uit, hem tegemoet, nadat hij wedergekeerd was van het slaan van Kedorlaomer, en van de koningen, die met hem waren, tot het dal Schaveh, dat is, het dal des konings.

18. En Malkizedech, koning van Schalem, bracht voort brood en wijn, en hij was een priester den Allebhoogsten God.

19. En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram den Allerhoogste^' God, den Bezitter der hemelen en der aarde.