is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden zij dan ook schijnbare goedheden genoemd. Zijn Goddelijk Wezen bracht er op deze wijze Zijn Menschelijk Wezen toe, uit eigen kracht te overwinnen; maar er zijn hier meer verborgenheden, dan ooit beschreven zouden kunnen worden; in een woord, in de eerste worstelingen waren de goedheden en waarheden bij den Heer, waarmede Hij streed, doordrenkt met van de moeder overgeërfde dingen, en voor zooveel zij daarmede doordrenkt waren, niet Goddelijk, maar naarmate Hij het booze en het valsche overwon, werden zij gelouterd en Goddelijk gemaakt.

1662. Dat elke koning en elke natie een dergelijk goede en dergelijk ware beteekenen, kan uit hun beteekenis in den innerlijken zin blijken, in verband gebracht met de zaak, waarvan sprake is; want elke natie en elk land beteekent iets bepaalds in het algemeen, en wel in den eigenlijken en in den tegenovergestelden zin; doch de algemeene beteekenis richt zich naar de zaak waarover gehandeld wordt. Dat de schijnbare goedheden en waarheden door de namen van deze koningen en van deze natiën worden aangeduid, kan door vele plaatsen bevestigd worden, maar dit is eerder al zoo vaak bevestigd, en daar hier zoo vele namen voorkomen, zou het te ver voeren, om hier alles zoo afzonderlijk uiteen te zetten.

1663. Dat de woorden: „Zij voerden krijg met Bera, koning van Sodbm, en met Birscha, koning van Amora, Schineab, koning van Adma, en Schemeber, koning van Zeboïm, en den koning van Bela, dat is Zoar" even zoovele soorten van begeerten van het booze, en van overredingen van het valsche beteekenen, waartegen de Heer streed, kan ook blijken uit de beteekenis van deze koningen en van deze natiën, die genoemd worden, alsmede uit hetgeen volgt; het zou eveneens te ver voeren, om uiteen te zetten welke begeerten van het booze en welke overredingen van het valsche door eiken naam afzonderlijk worden aangeduid. Over de beteekenis van Sodom en Amora, voorts over die van Adma en van Zeboïm, alsmede van Zoar, is eerder al in het kort gehandeld; het zijn de meest algemeene of de meest alomvattende soorten van boosheden en valschheden, welke in den innerlijken zin zijn aangeduid en hier in hun orde op elkander volgen. Dat de Heer zwaarder verzoekingen dan allen in de gansche wereld of de allerzwaarste ver-