is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoekingen onderging en doorstond, is niet zoozeer bekend uit het Woord, waarin alleen vermeld wordt, dat Hij veertig dagen in de woestijn was, en van den duivel verzocht werd; de verzoekingen zelve, welke Hij toenmaals had, zijn slechts met een paar woorden beschreven, maar dit weinige bevat evenwel alles, zooals datgene, wat vermeld wordt bij Markus, hfdst. 1 : 12, 13, namelijk dat Hij aldaar was met de beesten, waarmede de allerergsten van de helsche bende worden aangeduid; en wat daarna vermeld wordt, namelijk dat Hij door den duivel geleid werd op de tinne des tempels en op een hoogen berg, zijn niets anders dan uitbeeldingen van de allerzwaarste verzoekingen, welke Hij in de woestijn had, waarover, door des Heeren Goddelijke Barmhartigheid, in hetgeen volgt gehandeld zal worden.

1664. Dat de oorlogen hier in den innerlijken zin niets anders beteekenen dan geestelijke worstelingen of verzoekingen, is reeds eerder in de inleiding gezegd; m het Woord, vooral bij de Profeten, wordt door de oorlogen niets anders aangeduid; menschelijke oorlogen kunnen in de innerlijke dingen van het Woord hoegenaamd niets beteekenen, want zij zijn noch geestelijke, noch hemelsche dingen, en het Woord bevat eenig en alleen geestelijke en hemelsche dingen. Dat door de oorlogen in het Woord worstelingen met den duivel, of, wat hetzelfde is, met de hel worden aangeduid, kan uit de navolgende plaatsen blijken, afgezien van nog vele andere; bij Johannes: „Het zijn geesten van demonen, „en zij doen teekenen om uit te gaan tot de koningen der "aarde en der geheele wereld, om die te vergaderen tot „den krijg van dien grooten dag des Almachtigen Gods (Openb. 16 : 14), alwaar een ieder kan zien, dat geen andere oorlog door den grooten dag des Almachtigen Gods wordt aangeduid. Bij denzelfde: „Het beest, dat „uit den afgrond opkomt, zal krijg aandoen (Openb. 11 : 7), alwaar de afgrond de hel is. Bij denzelfde: „De „draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de "geboden Gods hielden, en de getuigenis van Jezus „Christus hebben" (Openb. 12 : 17); „Hetzelve werd het gegeven, om den heiligen krijg aan te doen ( pen^13 : 7); al deze oorlogen zijn worstelingen, zooals die