is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verder had uitgestrekt; maar tot hoever zij zich uitstrekte, wordt aangeduid door „Elparan boven in de woestijn". Hij, dien het niet gegeven is de hemelsche verborgenheden te weten, kan meenen, dat de Komst des Heeren in de wereld niet noodig was om tegen de hellen te strijden, en door de tot Zich toegelaten verzoekingen hen te overweldigen en te overwinnen, daar zij toch door de Goddelijke Almacht hadden onderdrukt en in hunne hellen gesloten kunnen worden; dat het nochtans met deze dingen aldus is gesteld, is eene vaststaande waarheid. Het ontvouwen der verborgenheden zelve zou, alleen reeds naar de meest algemeene dingen genomen, een volledig werk eischen, maar bovendien zou het aanleiding geven tot redeneeringen over Goddelijke geheimenissen, welke de menschelijke gemoederen, op welke wijze zij ook werden ontvouwd, toch niet zouden begrijpen, en de meesten niet zouden willen begrijpen, daarom is het genoeg, dat men weet, en daar het zoo is, dat men gelooft, dat het eene eeuwige waarheid is, dat wanneer de Heer niet in de wereld ware gekomen, en door de tot zich toegelaten verzoekingen de hellen had onderdrukt en overwonnen, het menschelijke geslacht te gronde ware gegaan, en dat zij op geen andere wijze hadden kunnen gered worden, ook zij niet, die op deze aarde van den tijd der Oudste Kerk af geweest zijn.

1677. Vers 7. En zij keerden wederom en kwamen tot En Mischpath, dat is Kadesch, en sloegen al het veld der Amalekieten, en ook den Emoriet, die te Chazezon Thamar woont. Zij keerden wederom en kwamen tot En Mischpath, dat is Kadesch, beteekent de voortzetting; en sloegen al het veld der Amalekieten, beteekent de soorten van valschheden; en ook den Emoriet, die te Chazezon Thamar woont, beteekent de soorten van boosheden, die daaruit voortkomen.

16^8. Dat de woorden: „Zij keerden wederom en kwamen tot En Mischpath, dat is Kadesch" de voortzetting beteekenen, blijkt uit hetgeen voorafgaat en uit hetgeen volgt. Hier wordt nu gehandeld over de valschheden en over de boosheden daarvan. De valschheden worden aangeduid door den Amalekiet, en de daaruit voortkomende boosheden door den Emoriet in Chazezon