is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1710. Dat de woorden: „en jaagde na tot Dan" den staat der loutering beteekenen, blijkt uit bet verband in den innerlijken zin; de vijanden najagen is hier de boosheden en valschheden verdrijven, die bij de goedheden en waarheden waren en maakten dat zij als goedheden en waarheden verschenen; en aldus is het de goedheden en waarheden bevrijden en louteren. Tot aan Dan, beteekent tot de laatste grens van Kanaan, aldus tot de uiterste einden waarheen zij gevloden waren. Dat Dan de laatste grenzen of de uiterste einden van Kanaan beteekent, blijkt herhaaldelijk uit het Woord, zooals bij Samuel: „Om over te brengen het koninkrijk van „het huis van Saul, en om op te richten den stoel van „David over Israël en over Jehudah, van Dan tot Beer„scheba" (II Sam. 3 : 10); bij denzelfde: „Verzamelend „zal gansch Israël verzameld worden, van Dan tot Beer„scheba" (II Sam. 17 : 11); bij denzelfde: „David zeide „tot Joab: Trek om door alle stammen van Israël, van „Dan tot Beerscheba" (II Sam. 24 : 2, 15). In het Boek der Koningen: „Jehudah en Israël woonden zeker, een „iegelijk onder zijnen wijnstok, en onder zijnen vijge„boom, van Dan tot Beerscheba" (I Kon. 4 : 25); hieruit blijkt, dat Dan de laatste grens van Kanaan was, tot waarheen hij de vijanden najoeg, die de goedheden en waarheden van den uiterlijken mensch bestookten; maar daar Dan de grens van Kanaan was en dus binnen Kanaan lag, joeg hij hen, opdat zij ook daar niet zouden zijn, verder voort, namelijk tot Choba aan de linkerzijde van Damaskus, zooals uit het volgende vers blijkt, en aldus bracht hij de loutering tot stand. Door het land Kanaan wordt, zooals reeds eerder gezegd is, in den heiligen zin het Rijk des Heeren aangeduid, aldus het hemelsche der liefde of het goede, voornamelijk het goede bij den Heer.

1711. Vers 15. En hij verdeelde zich tegen hen des nachts, hij en zijne knechten, en sloeg ze, en hij jaagde hen na tot Choba, hetwelk is ter linkerhand van Damaskus. Hij verdeelde zich tegen hen des nachts, beteekent de schaduw waarin de schijnbare goedheden en waarheden verkeerden; hij en zijne knechten, beteekent den redelijken mensch, en de dingen die in den uiterlijken mensch gehoorzamen; en sloeg ze, beteekent de