is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getogen is" (Deut. 25 : 5 tot 10), dat wil zeggen verstoken van alle natuurlijke naastenliefde. Dat de schoen het laatst natuurlijke ook in den goeden zin beteekent, blijkt eveneens uit het Woord, zooals bij Mozes aangaande Ascher: „Ascher zij gezegend boven de zonen; „hij zij zijnen broederen aangenaam, en zijnen voet doo„pend in olie, ijzer en koper zijn schoen" (Deut. 33 : 24, 25), alwaar de schoen voor het laatst natuurlijke staat, de schoen van ijzer voor het natuurlijk ware, de koperen schoen voor het natuurlijk goede, zooals blijkt uit de beteekenis van het ijzer en van het koper, nrs. 425, 426, en daar de schoen het laatst natuurlijke en lichamelijke beteekende, ontstond daaruit een spreekwijze, waarmede het allerkleinste en allergeringste werd aangeduid; want het laatst natuurlijke en lichamelijke is van datgene, wat bij den mensch is, het allergeringste, hetgeen door Johannes den Dooper werd bedoeld, toen hij zeide: „Hij „komt, die sterker is dan ik, wien ik niet waardig ben „den riem van Zijne schoenen te ontbinden" (Lukas 3 : 16; Markus 1:7; Joh. 1 : 27).

1749. Dat de woorden: „zoo ik iets dat het uwe is, neme" beteekenen, dat niets dergelijks bij de hemelsche liefde is, kan hieruit blijken, dat Abram had gezegd, dat hij niets van den koning van Sodom wilde aannemen. Abram beeldde den Heer uit, thans als overwinnaar, derhalve de dingen die tot de hemelsche liefde behoorden, welke Hij zich door overwinningen verworven had; en de koning van Sodom beeldde het booze en valsche uit, waarvan niets bij dsn Heer als overwinnaar of bij de hemelsche liefde is. Wat hieronder in den innerlijken zin wordt verstaan, kan niet uitkomen, wanneer men niet weet, hoe het hiermede in het andere leven is gesteld; bij de booze en helsche geesten regeert de eigenliefde en de liefde tot de wereld; vandaar verkeeren zij in de meening, dat zij de goden van het heelal zijn, en heel wat kunnen; wanneer zij overwonnen zijn, blijft toch, hoewel zij bemerken, dat zij in het geheel niets vermogen, de meening van hun macht en heerschappij bestaan, en zij verbeelden zich dat zij heel wat kunnen bijdragen tot de macht en de heerschappij des Heeren; daarom bieden zij ook, om mede te kunnen regeeren, bij de goede geesten hun diensten aan; maar daar het niets dan het booze en het