is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, bijgevolg daarmede den hemel verdienen; deze handelt en denkt tegen het goede en ware des geloofs in, want het ware des geloofs, dat wil zeggen, de waarheid zelve, is, dat de Heer strijdt; daar hij dan op deze wijze tegen het ware des geloofs in handelt en denkt, onttrekt hij aan den Heer wat Hem toebehoort, en hetgeen des Heeren is maakt hij tot het zijne, of, wat hetzelfde is, hij stelt zichzelf in de plaats van den Heer, derhalve datgene bij hem, wat helsch is. Vandaar komt het, dat zij groot of de grootsten in den hemel willen worden, en vandaar komt het, dat zij valschelijk gelooven, dat de Heer tegen de hellen heeft gevochten om de grootste te zijn. Het menschelijk eigene brengt dergelijke fantasieën met zich mede, die schijnen alsof zij waarheden waren, maar geheel het tegenovergestelde is het geval. Dat de Heer in de wereld kwam, om Gerechtigheid te worden, en dat Hij Alleen Gerechtigheid is, is ook door de Profeten voorzegd; aldus kon dit vóór Zijn Komst bekend zijn; voorts dat Hij op geen andere wijze Gerechtigheid kon worden dan door worstelingen en overwinningen over alle boosheden en over alle hellen; zooals bij Jeremia: „In Zijne „dagen zal Jehudah gered worden, en Israël zeker wonen, „en dit zal Zijn Naam zijn, waarmede men Hem noemen „zal: Jehovah, Onze Gerechtigheid" (23 : 6); bij denzelfde: „In die dagen, en te dier tijd zal Tk David een „Spruit der gerechtigheid verwekken, en Hij zal gericht „en gerechtigheid doen op aarde; in die dagen zal Jèhu„dah gered worden, en Jeruzalem zal zeker wonen; dit ,,echter is het, wat men Hem noemen zal; Jehovah, Onze ,,Gerechtigheid" (33 : 15, 16). Bij Jesaja: „Hij zag, en „geen man, en Hij ontzette zich, dat er geen bemiddelaar „was, en Zijn arm bracht Hem heil aan, en Zijne gerech„tigheid ondersteunde Hem; en Hij trok gerechtigheid „aan als een pantsier, en den helm des heils zette Hij „op Zijn hoofd" (59 : 16; men zie vooral Jes. 63 : 3, 5); Zijn arm staat voor de eigen macht; daar de Heer Alleen de Gerechtigheid is, wordt Hij ook Woning der Gerechtigheid genoemd (Jer. 31 : 23, hfdst. 50 : 7).

1814. Vers 7. En Hij zeide tot hem: Ik ben Jehovah, die u uitgeleid heb uit TJr der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten. Hij zeide tot hem: Ik ben Jehovah, beteekent den Innerlijken Mensch