is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(9 : 24); „Eindelijk over den vogel der gruwelen de „verlating, en tot de voleinding en de beslissing toe zal „zij zich uitstorten over de verwoesting" (ald. vers 27). Door den Heer Zelf wordt de voleinding ook voorzegd in de volgende woorden bij Lukas: „Zij zullen vallen „door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle natiën; en ten slotte zal Jeruzalem van de natiën vertreden worden, totdat de tijden ,,der natiën vervuld zullen zijn" (21 : 24); vallen door de scherpte des zwaards, beteekent door valschheden, want het zwaard is in het Woord de straf van het valsche; Jeruzalem staat voor het Rijk des Heeren en de Kerk, nr. 402; de natiën voor de boosheden, nr. 1260; aldus dat de voleinding dan plaats zal vinden, wanneer de Kerk door boosheden en valschheden in bezit is genomen en op deze wijze door zichzelve verwoest.

1858. Vers 17. En het geschiedde, de zon ging onder, en er werd donkerheid, en ziet, een oven van rook, en een fakkel van vuur, die tusschen die stukken doorging. En het geschiedde, de zon ging onder, beteekent den laatsten tijd, wanneer de voleinding daar is; en er werd donkerheid, beteekent, wanneer haat in de plaats van de naastenliefde is getreden; en ziet, een oven van rook, beteekent het allerdichtste valsche; en een fakkel van vuur, beteekent de hitte der begeerten; die tusschen die stukken doorging, beteekent, dat die hitte diegenen, die van de Kerk waren, van den Heer scheidde.

1859. Dat de woorden: „En het geschiedde, de zon ging onder" den laatsten tijd beteekenen, wanneer de voleinding daar is, blijkt uit hetgeen boven bij het 12. vers over den ondergang van de zon en de beteekenis daarvan gezegd is, namelijk dat het de laatste tijd van de Kerk is.

1860. Dat „en er werd donkerheid" beteekent, wanneer haat in de plaats van de naastenliefde is getreden, blijkt uit de beteekenis van de donkerheid; in het Woord beduidt duisternis de valschheden, maar donkerheid de boosheden, waarover zoo aanstonds; er is duisternis wanneer het valsche de plaats van het ware inneemt, en donkerheid wanneer het booze de plaats van het goede inneemt, of, wat geheel hetzelfde is, wanneer haat in de plaats van de naastenliefde is getreden. Wan-