is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„en donkerheid, en geen glans daaraan" (5 : 20), alwaar de dag van Jehovah staat voor den laatsten tijd der Kerk, waarvan hier sprake is; duisternis voor de valschheden, donkerheid voor de boosheden; daarom worden beide uitdrukkingen gebezigd, want anders zou het eene herhaling van een en hetzelfde ding zijn, of een zinledige omhaal van woorden; in de oorspronkelijke taal echter sluit het woord, dat in dit vers de donkerheid uitdrukt, beide in, zoowel het valsche als het booze, of het dichte valsche waaruit het booze, voorts het dichte booze waaruit het valsche voortkomt.

1861. Dat de woorden: „en ziet, een oven van rook" het allerdichtste valsche beteekenen, en de woorden „en een fakkel van vuur" de hitte der begeerten, blijkt uit de beteekenis van den oven van rook, zijnde het dichte valsche, en uit de beteekenis van de fakkel van vuur, zijnde de hitte der begeerten. Er wordt gezegd „een oven van rook" omdat de mensch, voornamelijk de mensch der Kerk, die erkentenissen van het ware heeft, en ze nochtans niet erkent, maar ze in zijn hart loochent en zijn leven doorbrengt in dingen die aan het ware tegenovergesteld zijn, niet anders verschijnt dan als een oven van rook, hijzelf als een oven, en het uit haatgevoelens voortkomende valsche als rook; de begeerten^ waaruit de valschheden voortkomen, verschijnen niet anders dan als fakkels van vuur uit een dergelijken oven, zooals dit ook blijkt uit de uitbeeldingen in het andere leven, waarover de mededeelingen uit ondervinding in de nrs. 814 en 1528. Het zijn de begeerten van de haatgevoelens, van de wraaknemingen, van de wreedheden en van de echtbreuken, vooral wanneer deze met listen gepaard gaan, welke als zoodanig verschijnen en zoodanig worden. Dat oven, rook en vuur in het Woord dergelijke beteekenissen hebben, kan uit de navolgende plaatsen blijken; bij Jesaja: „Een ieder is een huichelaar „en boosdoener, en alle mond spreekt dwaasheid, want „de boosheid brandt als vuur, zij verteert doornbosch en „doornheg, en ontsteekt de struweelen des wouds, en zij „verheffen zich als verheffing des rooks; in de verbolgenheid van Jehovah Zebaoth is het land verduisterd, „en het volk is geworden als een voedsel des vuurs, de ..man zal zijnen broeder niet verschoonen" (9 : 16, 17,