is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

niet het minste van een voorstelling van een persoon, en dus vam diens naam. Wat Abram, wat Izak en wat Jakob is, weten zij niet meer; zij vormen zich een voorstelling naar de dingen, welke in het Woord door die personen worden uitgebeeld en aangeduid. De namen en woorden zijn ais hulzen of schubben, die afvallen, wanneer zij den Hemel ingaan. Hieruit kan blijken, dat door namen in het Woord niets anders dan zaken worden aangeduid; hierover sprak ik herhaaldelijk met de Engelen, door wie ik over deze waarheid volledig werd onderricht. De taal der geesten onderling is niet een taal van woorden, maar een taal van voorstellingen, zooals die van de memchelijke gedachte, die zonder woorden zijn; daarom ligt zij aan alle talen ten gronde; maar wanneer de geesten met den mensch spreken, valt hun spraak in de woorden van de taal des menschen, zooals in de nrs. 1635, 1637, 1639 gezegd is. Toen ik hierover met de geesten sprak, werd mij te zeggen gegeven, dat zij, wanneer zij onder elkander spraken, ook niet een enkel woord van een menschelijke taal, nog minder een naam konden uitspreken. Eenigen onder hen, daarover verwonderd, verwijderden zich en beproefden het, maar zij kwamen terug, zeggende, dat zij het niet hadden kunnen uitspreken, omdat die woorden te grof stoffelijk waren, onder hun sfeer zijnde en gevormd naar den door de lichamelijke organen gearticuleerden toon der lucht, of door een •invloed in deze organen langs een tot het gehoororgaan voerenden innerlijken weg. Hieruit kon ook duidelijk blijken, dat niets van een woord, dat in het Woord staat, tot de geesten kan overgaan, nog minder tot de engelengeesten, wier taal nog alomvattender is (nr. 1642), allerminst tot de Engelen (nr. 1643), bij wie niets overblijft van de eerste voorstellingen der geesten, maar in de plaats daarvan geestelijke waarheden en hemelsche goedheden, welke op onuitsprekelijke wijze afwisselen in de allerkleinste vormen, ononderbroken, en in harmonische reeks verbonden zijn met de oorspronkelijke uitbeeldingen, die door de gelukzaligheid der wederkeerige liefde van de allergrootste liefelijkheid en schoonheid zijn, en door de liefelijkheden en schoonheden gelukzalig, omdat zij met het leven des Heer en vervuld zijn.