is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t

te verstikken, maar daar ik door den Heer beschermd en beveiligd was, achtte ik deze bedreigingen gering, en sliep in; toen ik echter midden in den nacht ontwaakte, voelde ik, dat ik niet uit mijselven ademde, maar uit den Hemel, want er was niets van mijn ademhaling in, hetgeen ik duidelijk waarnam; toen werd mij gezegd, dat de samenzwering in vollen gang wus, en medegedeeld, dat de samenzweerders diegenen waren, die de inwendige dingen des Woords, dat wil zeggen, de waarheden des geloofs zelve — want dit zijn de inwendige dingen des Woords — haten, en wel omdat deze ingaan tegen hun zelfbegoochelingen, overredingen en begeerten, welke de zin van de letter nog zou kunnen ondersteunen. Daarna, toen de aanslagen verijdeld waren, trachtten de aanvoerders de ingewanden van mijn lichaam binnen te gaan en tot het hart door te dringen, waarboe zij ook werden ingelaten; hiervan had ik steeds een duidelijk zinnelijke gewaarwording, want hij, wiens inwendige dingen, die tot den geest behooren, geopend zijn, ontvangt ook tegelijkertijd een voelbare gewaarwording van dergelijke dingen. Maar toen werd ik in een zekeren hemelschen staat overgebracht, welke daarin bestond, dat ik niet de minste poging aanwendde, om deze indringers te verdrijven, nog minder, om de beleediging te wreken. Zij zeiden toen, dat dit vreedzaam was, maar kort daarop werden zij als van hun redelijkheid beroofd, van wraakzucht snuivend en zich schrap zettend om, hun aanslagen te volvoeren, maar

tevergeefs; daarna werden zij vanzelf verstrooid.

* *

*

1880. Wat overigens in het algemeen de Engelen en geesten betreft, die allen zielen van menschen zijn, welke na den dood van het lichaam voortleven: zij hebben veel fijner zinnen dan de menschen, te weten gezicht, gehoor, reuk en tastzin, maar niet den smaak. Doch wat de geesten niet kunnen, en nog minder de Engelen, dat is, met hun gezicht, dat wil zeggen, met het gezicht des geestes, iets zien van hetgeen in de wereld is, want voor hen is het licht der wereld of het zonlicht als een dichte donkerheid; zooals ook de mensch met zijn gezicht, dat wil zeggen, met het gezicht van het lichaam, niets zien