is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat de menschen weten zouden, wat in den Hemel, en de Engelen, wat in de wereld is; en dat de menschen, wanneer zij overleden, aldus zouden overgaan van het Rijk des Heeren op aarde in het Rijk des Heeren in de Hemelen, niet als in een ander Rijk, mam als in hetzelfde, waarin zij zich bevonden toen zij in het lichaam leefden; maar aangezien de mensch zoo lichamelijk geworden is, heeft hij den Hemel voor zich gesloten.

1881. De geesten zijn grootelijks verontwaardigd, ja zelfs vertoornd, wanneer hun gezegd wordt, dat de menschen niet gelooven dat zij zien, hooren, met den tastzin voelen; zij zeiden, dat de menschen toch weten moesten, dat er zonder de zinnen geen leven is, en dat hoe fijner de zinnen zijn, des te voortreffelijker het leven is; en dat de voorwerpen die zij met de zinnen waarnemen, zich gedragen geheel overeenkomstig de voortreffelijkheid van hun zinnen; en dat de uitbeeldingen, die van den Heer komen, werkelijkheden zijn, want daaruit komen alle dingen voort, die in de natuur en in de wereld zijn (nr. 1632); dat zij veel beter en voortreffelijker voelen dan de menschen, dit zijn de woorden van hun verontwaardiging.

1882. Er zijn twee soorten van gezichten, die buitengewoon zijn, en waarin ik gebracht werd, alleen opdat ik weten zou, hoe het daarmede gesteld is, en wat daaronder verstaan wordt, wanneer men in het Woord leest, dat zij aan het lichaam onttrokken werden, en dat zij van den geest naar een andere plaats gevoerd werden.

1883. Wat het eerste betreft, namelijk het aan het lichaam onttrokken worden, daarmede is het aldus gesteld: de mensch wordt in een zekeren staat gebracht, die het midden houdt tusschen slapen en waken, en wanneer hij in dezen staat is, kan hij niet anders weten, dan dat hij geheel wakker is; alle zinnen zijn zoo helder wakker, als in den lichamelijken staat van volkomen wakkerzijn, zoowel het gezicht als het gehoor, en, hetgeen wonderlijk is, ook de tastzin, die dan fijner is dan hij ooit zijn kan bij het wakkerzijn van het lichaam; in dien staat zijn door mij ook geesten en Engelen in volle levende werkelijkheid gezien, ook gehoord, en wat wonderlijk is, betast, en dan was bijna niets vcm het lichaam