is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is; en zij had eene Egyptische dienstmaagd, beteekent de neiging tot de wetenschappen; en haar naam was Hagar, beteekent het leven van den uitwendigen of natuurlijken mensch.

1893. Dat de woorden: „Sarai, Abrams vrouw, baarde hem niet" beteekenen, dat de redelijke mensch nog niet bestond, zal uit hetgeen volgt blijken, waar van Izak sprake is. Want er is, als gezegd, bij ieder mensch een innerlijke mensch, een redelijke mensch die het midden houdt, en een uiterlijke mensch die eigenlijk de natuurlijke mensch heet. Deze drie zijn bij den Heer uitgebeeld door Abraham, Izak en Jakob; de innerlijke mensch door Abraham, de redelijke door Izak en de natuurlijke door Jakob. De innerlijke mensch bij den Heer was Jehovah zelf, want Hij was uit Jehovah ontvangen, waarom Hij Hem zoo vaak Zijn Yader noemde, en Hij in het Woord de Eeniggeborene Gods en de eenige Zoon Gods heet. De redelijke mensch is niet aangeboren, maar alleen het vermogen om een redelijk mensch te kunnen worden, zooals een ieder hieruit kan opmaken, dat de pasgeboren kinderen met geen rede begaafd zijn, maar dat zij redelijk worden in den loop des tijds door middel van de uiterlijk en innerlijk zinnelijke dingen, naar gelang zij met wetenschappen en erkentenissen toegerust worden. Bij de knapen verschijnt weliswaar een redelijkheid, maar het is toch niet het redelijke, doch alleen een zekere aanvangsgrond daarvan, hetgeen men hieraan kent, dat de rede bij volwassenen en grijsaards is. In dit hoofdstuk wordt gehandeld over den redelijken mensch bij den Heer; het Goddelijk redelijke zelf wordt uitgebeeld door Izak, maar het eerste redelijke, eer het Goddelijk is geworden, door Ismaël, vandaar wordt hier met de woorden dat Sarai, Abrams vrouw, hem niet baarde, aangeduid, dat het Goddelijk redelijke er nog niet was. De Heer werd, als eerder gezegd, geboren gelijk een ander mensch, en naar datgene wat Hij van de moeder Maria had, was Hij als een ander mensch; en daar het redelijke door wetenschappelijke dingen en erkentenissen gevormd wordt, welke door de uiterlijke of door de den uiterlijken mensch toebehoorende zinnelijke dingen binnendringen, daarom is Zijn eerste redelijke geboren juist gelijk bij een ander mensch; maar