is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekent hij iets wezenlijks bij den Heer en van den Heer. Wat hij echter uitbeeldt en beteekent, kan uit het verband blijken. Er waren Engelen, die tot de menschen werden gezonden, zooals er ook waren die door de Profeten spraken; wat zij echter spraken, kwam niet van de Engelen maar door de Engelen; want zij waren dan in een staat, waarin zij niets anders wisten dan dat zij Jehovah, dat is, de Heer waren; zoodra zij echter uitgesproken hadden, keerden zij in hun vorigen staat terug, en spraken als uit zichzelven. Aldus was het met de Engelen gesteld, die het Woord des Heeren spraken, hetgeen mij te weten werd gegeven door vele heden ten dage daarmede overeenkomende ondervindingen in het andere leven; over deze ervaring zal, door de Goddelijke Barmhartigheid des Heeren, in hetgeen volgt gesproken worden. Dit is de reden, waarom de Engelen somtijds Jehovah genoemd werden, zooals duidelijk blijkt uit den Engel, die aan Mozes in den braambosch verscheen, waarover het volgende: „De Engel van Jehovah verscheen Mozes in eene vuurvlam uit het midden van een „braambosch; Jehovah. zag dat hij zich heenwendde om te „bezien, en God riep tot hem uit het midden van den „braambosch. God zeide tot Mozes: Ik ben die Ik ben; en ,,God zeide verder tot Mozes: Aldus zult gij tot de zonen „Israëls zeggen: Jehovah, de God uwer vaderen, heeft „mij tot ulieden gezonden" (Edox. 3 : 2, 4, 14, 15). Hieruit blijkt, dat het een Engel was, die aan Mozes als een vlam in den braambosch verscheen, en dat deze als Jehovah sprak, omdat de Heer of Jehovah door hem sprak; want opdat den mensch de toespraak geworde door middel van woorden, welke gearticuleerde geluiden zijn en in den laatsten graad der natuur gelegen zijn, bedient de Heer zich van het amibt der Engelen, door hen met het Goddelijke te vervullen, en die dingen in slaap te brengen, welke hun eigen ik uitmaken, zoodat zij dan niet anders weten dan dat zij Jehovah Zelf zijn; aldus laat het Goddelijke van Jehovah, dat in het allerhoogste is, zich in het onderste der natuur neder, waarin de mensch naar het gezicht en naar het gehoor zich bevindt. Evenzoo was het gesteld met den Engel, die met Gideon sprak, waarover in het boek der Richteren aldus: „De Engel van Jehovah verscheen Gideon, en zeide tot