is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allerkleinste in het streven van hun wil van den Heer uitging, en dat het alleen daarom hun zoo toescheen als kwam het van henzelf, opdat hun van den Heer een nieuwe wil als de hunne geschonken en hun het leven der hemelsche liefde eigen gemaakt zou Worden; want de Heer wil het Zijne en dus het hemelsche aan een ieder mededteelen, zoodat het hem toeschijnt als het zijne en als in hem, hoewel het niet het zijne is. De Engelen zijn in zulk een eigene, en voor zooveel zij in dit ware zijn, dat van den Heer al het goede en ware komt, zijn zij in dé verlustiging en de gelukzaligheid van dit eigene. Zij echter, die al het goede en ware verachten en verwerpen, en die niets willen gelooven, Wat hun begeerten en redeneeringen tegenstaat, kunnen zichzelf niet dwingen, en derhalve kunnen zij dit eigene van het geweten of den nieuwen wil niet ontvangen. Uit hetgeen hierboven gezegd1 is, blijkt ook duidelijk, dat zich dwingen niet is gedwongen worden (want uit gedwongen worden komt nooit iets goeds voort, zooals plaats vindt, wanneer een mensch door een ander mensch gedwongen wordt om goed te handelen), maar d'at het hier bedoelde zich dwingen uit een zekere hem onbekende vrijheid voortvloeit, want van den Heer komt nooit eenige dwang; vandaar is het een algemeene wet, dat al het goede en ware in de vrijheid moet worden geplant, anders wordt ue bodem nooit geschikt om het goede te ontvangen en te koesteren, ja zelfs is er anders geen bodem, waarin het zaad zou kunnen groeien.

1938. Yers 10. En de Engel van Jehovah zeide tot haar: Vermenigvuldigende zal ik uw zaad vermenigvuldigen, en het zal niet geteld worden van wege de menigte. De Engel van Jehovah zeide, beteekent het denken van den inwendigen mensch; vermenigvuldigende zal ik uw zaad vermenigvuldigen, beteekent de bevruchting van den redelijken mensch, wanneer hij zich aan de macht van het aan het goede toegevoegde verstandelijk ware onderwerpt; en het zal niet geteld worden van wege de menigte, beteekent de vermenigvuldiging tot in het onmetelijke.

1939. Dat ,,de Engel van Jehovah zeide" het denken van den inwendigen mensch beteekent, blijkt uit het voorafgaande vers, alwaar dezelfde woorden staan.

1940. Dat de woorden: „vermenigvuldigende zal