is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„het redelijk ware dan wel ,,de mensch wiens redelijke van dien aard is". De mensch, wiens redelijke van dien aard is, dat het alleen in het ware is, ook al zou het zijn in het ware des geloofs, en niet tegelijkertijd in het goede der naastenliefde, is geheel en al zoo. Hij is een norsch man, die niets verdraagt, die tegen allen is, en een ieder aanziet alsof hij in het valsche is, die terstond berispt, tuchtigt, straft, zich niet erbarmt, zich niet aanpast, en de gemoederen tracht te buigen; want hij beschouwt alles van het ware uit, en niets van het goede uit. Dit is de reden, dat Ismaël verdreven werd, en daarna in de woestijn woonde, en zijne moeder hem eene echtgenoote uit het land van Egypte nam, Gen. 21 : 9 tot 21, hetgeen alles uitbeeldingen zijn van iemand die met een dergelijk redelijke is begiftigd. Van den woudezel wordt in de profetische gedeelten des Woords gewag gemaakt, zooals bij Jesaja: „Het paleis zal een woestijn zijn, de „menigte der stad verlaten, de helling en de wachttoren „zullen tot spelonken zijn, tot in de eeuw de vreugde der „woudezelen, de weide der kudden" (32 * 14), alwaar sprake is van de verwoesting der verstandelijke dingen, die, wanneer zij verwoest worden naar de waarheden, de vreugde der woudezelen heeten, en verwoest naar de goedheden, de weide der kudden, derhalve als onredelijk gelden; bij Jeremia: „De woudezels stonden op de heuvelen, „zij schepten den wind gelijk de zeemonsters; hunne „oogen zijn versmacht, omdat er geen gras is" (14 : 6), alwaar sprake is van dte droogte of van de afwezigheid van het goede en ware. Van de woudezels wordt gezegd dat zij wind scheppen, wanneer naar ijdele dingen gegrepen wordt, in plaats van naar werkelijke dingen, die waarheden zijn; de oogen zijn versmacht, duidt aan, dat men niet vat wat het ware is. Bij Hosea: „Want zij zijn „opgetogen naar Assyrië, een woudezel, alleen voor zich „zeiven; die van Efraïm gingen om hoerenloon op liefden „uit (8:9); hier is van Israël of van de geestelijke Kerk sprake, Efraïm staat voor het verstandelijke daarvan; optijgen naar Assyrië voor het redeneeren over het ware' of het wel waar is; de eenzame woudezel voor het aldus van de waarheden beroofde redelijke. Bij denzelfde: „Want deze zal onder de broederen als een woudezel zijn; „de oostelijke wind van Jehovah zal komen, opkomende