is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakt, zoowel voor het verstand als voor het gezicht.

1973. Het zou te ver voeren om alle soorten van gezichten op te sommen, want er zijn er vele; ik mag ter verduidelijking slechts tweeërlei gezichten vermelden, waaruit blijken kan van welken aard zij zijn, en tevens hoe de geesten worden aangedaan door de dingen die zij zien, en hoe de booze geesten gekweld worden, wanneer het hun ontnomen wordt, dat te zien wat anderen zien en hooren; want zij kunnen het niet verdragen dat hun iets dergelijks op de eene of andere wijze ontnomen wordt; want de geesten hebben geen smaakzin, maar inplaats daarvan een begeerte, als het ware een trek in weten en leeren; dit is om zoo te zeggen hun spijs, waarmede zij gevoed worden (nr. 1480); hoezeer zij derhalve verontrust worden, wanneer hun deze spijs ontnomen wordt, kan uit het volgende voorbeeld blijken.

1974. Na een onrustigen slaap vertoonde zich, tegen het eerste ontwaken, een allerbekoorlijkst gezicht; het waren kransen als van lauwertakken, groen, in de schoonste rangorde, bewegend alsof zij leefden, van zulk een vorm en samenschikking, dat zij niet beschreven zouden kunnen worden naar hun schoonheid en harmonie en naar het daaruit voortvloeiende gevoel van zaligheid; zij waren gerangschikt in een tamelijk lange dubbele rij met weinig tusschenruimte, en voortdurend veranderde de staat van hun schoonheid; dit was zichtbaar voor de geesten, ook voor de boozen. Daarop volgde een ander nog schooner gezicht, waarin hemelsche gelukzaligheid woonde, maar het was slechts duister zichtbaar; het waren kinderen in hemelsche spelen, die op onbeschrijfelijke wijze het gemoed aandeden. Hierna sprak ik met de geesten over deze gezichten, die bekenden, dat zij, evenals ik, het eerste gezicht hadden gezien, maar het andere slechts zoo duister, dat zij niet konden zeggen wat het was; hierdoor ontstond er verontwaardiging bij hen, daarna een toenemende wangunst, omdat gezegd werd, dat de Engelen en de kinderen het hadden gezien; en het werd mij gegeven op voelbare wijze deze wangunst van hen gewaar te worden, zoodat mij niets ontging van wat mij tot leering strekte; de wangunst was van dien aard, dat zij bij hen niet alleen den grootsten last veroorzaakte, maar ook benauwdheid en in-