is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldus zullen vallen en verdwijnen; en alle dingen van het geloof, die de stammen der aarde zijn, zooals eveneens in het eerste deel is aangetoond, nrs. 31, 32, 1053, 1529, 1530, 1531, 1808. Uit dit weinige kan nu blijken, wat de innerlijke zin des Woords is, voorts dat hij van den zin van de letter verwijderd is, en in sommige plaatsen zelfs in aanzienlijke mate; maar nochtans beeldt de zin van de letter waarheden uit, en biedt schijnbaarheden van het ware, waarin de mensch zijn kan, zoolang hij nog niet in het licht van het ware is.

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK

1. En Abram was een zoon van negentig jaren en negen jaren; en Jehovah verscheen aan Aibram, en zeide tot hem: Ik ben G-od Schaddai, wandel voor Mij, en zijt oprecht.

2. En Ik zal Mijn verbond stellen tusschen Mij en tusschen u, en Ik zal u zeer, zeer vermenigvuldigen.

3. En Abram viel op zijne aangezichten; en God sprak met hem, zeggende:

4. Ik, zie, Mijn verbond is m'et u, en gij zult tot eenen vader zijn van menigte der natiën.

5. En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, en uw1 naam zal wezen Abraham, daar Ik u gesteld 'heb tot eenen vader van menigte der natiën.

6. En Ik zal u zeer, zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot natiën stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

7. En Ik zal Mijn verbond oprichten tusschen Mij en tusschen u, en tusschen uw zaad na u, in hunne geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot God, en uw zaad na u.

8. En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het geheele land Kan aan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot God zijn.

9. En God zeide tot Abraham: En gij zult Mijn verbond 'houden, gij, en uw zaad na u, in hunne geslachten.

10. Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult