is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22. En Hij eindigde met hem te spreken; en God voer op van Abraham.

23. En Abraham nam Jischmaël zijnen zoon, en al de ingeborenen van zijn huis, en eiken met zijn zilver gekochte, al het mannelijke onder de mannen van het huis van Abraham, en hij besneed het vleesch hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God tnet hem gesproken had.

24. En Abraham was een zoon van negen en negentig jaren, als hij het vleesch zijner voorhuid besneed.

25. En Jischmaël, zijn zoon, een zoon van dertien jaren, als hem het vleesch zijner voorhuid besneden werd.

26. Even op dezen zelfden dag werd Abraham besneden, en Jischmaël, zijn zoon.

27. En alle mannen van zijn huis, de ingeborene des huizes, en de met zilver gekochte, van den zoon in den vreemde geboren, werden met hem besneden.

INHOUD

1985. Hier wordt gehandeld over de vereeniging van het Goddelijk Wezen des Heeren met het Menschelijk Wezen, en van het Menschelijk Wezen met het Goddelijk Wezen; alsmede over de verbinding des Heeren met het menschel ijk geslacht door het Menschelijk Wezen.

1986. Dat Jehovah zich heeft geopenbaard' aan den Heer in Zijn Menschelijk Wezen, vers 1; waarbij Hij de vereeniging voorzegde, vers 2, 3, namelijk van het Goddelijke met het Mensdhelijke, en van het Menschelijke met het Goddelijke, vers 4, 5. En dat van Hem al het goede en ware komt, vers 6. Dat aldus de verbinding van het Goddelijke met het menschelijke geslacht door Hem tot stand zou komen, vers 7. En dat het hemelsche Rijk van Hem zou zijn, en dat Hij het zou geven aan hen, die geloof in Hem zullen hebben, vers 8, 9. Maar de mensch moet eerst zijn liefden en de vuige begeerten daarvan verwijderen, en aldus gereinigd worden, hetgeen werd uitgebeeld en wordt aangeduid door de besnijdenis, vers 10, 11. Op deze wijze zal de verbinding geschieden, zoowel met hen die binnen de Kerk zijn als met hen die