is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermogen verwierf, en waardoor Hij het Menschel ijk Wezen met het Goddelijke vereenigde. Hieruit kan blijken, wat door negen-en-negentig wordt aangeduid, namelijk dat deze, omdat zij aan de honderd voorafgaat, den tijd beteekent, voordat de Heer den Innerlijken Mensch ten volle met den Redelijken verbonden had. Door Jischmaël werd het eerste redelijke bij den Heer uitgebeeld, en van welken aard dit was is meer dan voldoende in het voorafgaande zestiende hoofdstuk aangetoond; daarentegen wordt door Izak het Goddelijk Redelijke van den Heer uitgebeeld, zooals uit hetgeen volgt zal blijken. Dat Abram zoo langen tijd in het land Kanaan was gebleven, nu reeds 24 jaren, 10 jaren vóórdat Ismaël geboren was, en daarna 18 jaren, en nog geen zoon van zijne vrouw Sarai had, maar dat eerst dan de belofte aangaande een zoon werd gedaan, toen hij negen-en-negentig jaren oud was, sluit een verborgenheid in, zooals een ieder kan zien; de verborgenheid was deze, dat hij daardoor zou uitbeelden de vereeniging van het Goddelijk Wezen des Heeren met Zijn Menschelijk Wezen, en wel van Zijn Innerlijken Mensch, die Jehovah is, met Zijn Redelijken Mensch.

1989. Dat Abram den Heer in dien staat en op dien leeftijd beteekent, blijkt uit hetgeen eerder over Abram is gezegd. Abram beeldt in den innerlijken zin den Heer uit, want een andere Abram wordt, wanneer hij in het Woord genoemd wordt, in den Hemel niet bedoeld. Wat Abram was, weten diegenen, die binnen de Kerk geboren zijn en uit het Woord over hem gehoord hebben, weliswaar wanneer zij in het andere leven komen, maar daar hij juist zoo is als een ander, en hij hun ook geenerlei hulp kan verschaffen, bekommeren zij zich verder niet om hem; en zij worden onderwezen, dat onder Abram in het Woord niemand anders verstaan wordt dan de Heer; de Engelen echter, die in hemelsche voorstellingen zijn, en deze met geen enkel mensch in verband brengen, weten in het geheel niets van Abram; wanneer het Woord dan ook door den -mensch gelezen en Abram genoemd wordt, worden zij geen ander dan den Heer gewaar, en bij de bovengenoemde woorden den Heer in dien staat en op dien leeftijd, want hier spreekt Jehovah met Abram, dat is, met den Heer.